Terug

Liturgie

27 september 2025 - 18:30

WELKOM BIJ DEZE EVENSONG

Dank voor uw aanwezigheid hier, vandaag, met ons.

De Evensong is het gezongen Avondgebed, zoals vormgegeven in de Engelse Reformatie sinds 1549. Dagelijks wordt de Evensong gezongen in Anglicaanse kerken, kathedralen en colleges. Centraal staat het psalmreciet, zoals in de kloosterlijke getijden-gebeden, naast het gezongen Magnificat (de lofzang van Maria) uit de Vespers en het Nunc Dimittis (de lofzang van Simeon) uit de kloosterlijke Completen (het laatste gebed voor de nacht).

Muziek draagt tijdens de Evensong de lofprijzing en het gebed, afgewisseld door de Schriftlezingen passend bij de daaropvolgende zondag of feestdag.

U wordt uitgenodigd de dikgedrukte onderdelen in de liturgie mee te spreken of te zingen.

Bewaar vooraf, tijdens en na de dienst alstublieft rust en stilte. Wanneer er in de liturgie een aanwijzing is wat betreft het staan en zitten, wordt u verzocht dit rustig en zonder haast te doen. Wacht na de lezingen met staan tot het moment dat het koor gaat staan.

Wij verzoeken u uw telefoon op stil te zetten en uitsluitend te gebruiken voor de digitale liturgie.

Probeert u zich in voorbereiding op de dienst op God te richten middels stilte en gebed.
Wij wensen u een gezegende dienst.

ORGEL PRELUDE

INTROITUS

Miserere nostri Domine, miserere nostri.

Wees ons genadig, Heer, wees ons genadig.

Thomas Tallis (1505–1585)

We gaan staan

HYMNE

Vriendelijk licht, dat heel de dag

Allen:
Vriendelijk licht
Koor:
2 Vriendelijk Licht, dat leven schenkt
en het duister hebt verdreven,
geef mij warmte om te leven
als de koude dood mij wenkt.

Allen:
3 Vriendelijk Licht, blijf in mijn hart
dat uw gloed niet kan ontberen,
nu de nacht gaat wederkeren
en al wat er leeft verstart.

4 Vriendelijk Licht, dat eeuwig brandt,
wil de dood in mij verteren,
licht der zondaars, Licht des Heren,
licht van ‘t eeuwig vaderland.

Tekst: Mattheus Verdaasdonk (1918-1966)
Albert de Klerk (1917-1998)

OPENINGSGEBED

O Heer, open onze lippen.
En onze mond zal zingen uw lof.
O God, maak haast en red ons.
O Heer, kom haastig te hulp.

Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen.
Prijs nu de Heer.
De Heer zij geloofd.

William Smith (1603-1645)

We gaan zitten

WELKOM

PSALM 146

1 O allen, lofprijst Hem!
mijn ziel, loof en prijs de Heer!
2 Ik zal de Heer loven in mijn leven,
musiceren voor mijn God, zolang ik besta.
3 Zoekt uw veiligheid niet bij voornamen,
bij een zoon des mensen bij wie geen heil is.
4 Ontgaat hem zijn geest, hij keert weer tot het stof dat hij was,
op die dag gaan zijn plannen teloor.
5 Zalig wiens hulp is de God van Jakob,
wie het verwacht van de Heer als zijn God:
6 de schepper van hemel en aarde, de zee en al wat daarin is,
die tot in eeuwigheid trouw houdt;
7 voor de verdrukten de schepper van recht, voor de hongerigen de gever van brood,
de Heer, die gebondenen ontketent;
8 de Heer die blinden doet opzien, de Heer die gekromden opricht,
de Heer die rechtvaardigen liefheeft;
9 de Heer die over zwervers de wacht houdt,
wees en weduwe schenkt hij het bestaan,
de weg van bozen maakt hij tot een dwaalspoor.
10 Die Heer zij Koning voor eeuwig, uw God, o Sion, geslacht op geslacht!
O allen, lofprijst Hem!

We gaan staan voor het gloria

Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon,
en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal,
wereld zonder eind. Amen.

James Turle (1802-1882)

We gaan zitten

EERSTE LEZING

Amos 6: 1-10

De eerste lezing is uit Amos 6: 1-10.

1 Wee jullie, zorgelozen op de Sion, argelozen op de berg van Samaria, leiders van dit uitverkoren volk, tot wie de Israëlieten zich wenden! 2 Trek naar Kalne en bekijk het goed; ga van daar naar het grote Hamat en reis dan door naar Gat, waar de Filistijnen wonen – zijn jullie sterker dan die koninkrijken of is hun gebied juist groter dan dat van jullie? 3 Wee jullie die denken dat de onheilsdag nog ver is en die zelf de heerschappij van het geweld dichterbij brengen. 4 Jullie liggen maar op je ivoren bedden, hangen op je divans, eten lammeren uit de kudde en kalveren uit de stal. 5 Luidkeels zingen jullie bij de harp, en jullie denken te spelen als David zelf. 6 Uit grote schalen drinken jullie wijn, en met de beste olie wrijven jullie je in, maar dat Jozefs volk ten onder gaat, dat deert jullie niet. 7 Daarom gaan jullie nu als eersten in ballingschap; het gefeest en geluier is voorbij.
8 Dit zweert God, de HEER, bij zichzelf – zo spreekt de HEER, de God van de hemelse machten: Ik verafschuw de trots van Jakobs volk, Ik haat zijn burchten. Daarom zal Ik Samaria en al zijn inwoners aan de vijand uitleveren, 9 en als er in een huis nog tien mensen overblijven, zullen zij sterven. 10 Als iemand dan het lichaam van een bloedverwant uit dat huis wegdraagt om het te verbranden, zal hij vragen aan degene die nog binnen is: ‘Is daar bij jou nog iemand over?’ ‘Nee,’ zal deze dan zeggen, ‘maar wees toch stil, en noem de naam van de HEER niet!’

Hier eindigt de eerste lezing.

We gaan staan

MAGNIFICAT

My soul doth magnify the Lord. And my spirit hath rejoiced in God my Saviour.
For he hath regarded: the lowliness of his handmaiden:
For behold, from henceforth: all generations shall call me blessed.
For he that is mighty hath magnified me:
and holy is his Name.
And his mercy is on them that fear him: throughout all generations.
He hath shewed strength with his arm:
he hath scattered the proud in the imagination of their hearts.
He hath put down the mighty from their seat: and hath exalted the humble and meek.
He hath filled the hungry with good things:
and the rich he hath sent empty away.
He remembering his mercy hath holpen his servant Israel:
As he promised to our forefathers,
Abraham and his seed for ever.
Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Gost;
As it was in the beginning, is now, and ever shall be: world without end. Amen

Groot maakt mijn ziel de Heer, en mijn geest heeft zich verheugd om God mijn Redder.
Want Hij aanschouwde de nederigheid van zijn dienares:
ja zie, van nu af aan spreken alle geslachten mij zalig.
Want grote dingen heeft Hij mij gedaan
die machtig is, en heilig is Zijn naam.
En Zijn barmhartigheid is van nageslacht tot nageslacht, voor hen die Hem vrezen.
Hij heeft kracht getoond in Zijn arm,
en hoogmoedigen in de gedachte van hun hart verstrooid.
Hij stootte machtigen van hun zetel,
en nederigen heeft Hij verheven. Hongerigen heeft Hij met gaven vervuld,
en rijken heeft Hij leeg weggezonden.
Hij is Israel zijn dienaar te hulp geschoten,
zijn barmhartigheid gedenkend, Zoals Hij gesproken heeft tot onze vaderen,
Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen.

Worcester Canticles
Piers Connor Kennedy

We gaan zitten

TWEEDE LEZING

Lucas 16: 19-31

De tweede lezing is uit Lucas 16: 19-31.

19 Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. 20 Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren. 21 Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten. 22 Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. 23 Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. 24 Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dopen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.” 25 Maar Abraham zei: “Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. 26 Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.” 27 Toen zei de rijke man: “Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt, 28 want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen.” 29 Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de Profeten: laten ze naar hen luisteren!” 30 De rijke man zei: “Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.” 31 Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’

Hier eindigt de tweede lezing.

We gaan staan

NUNC DIMITTIS

Lord, now lettest thou thy servant depart in peace according to thy word.
For mine eyes have seen thy salvation,
Which thou hast prepared before the face of all people;
To be a light to lighten the Gentiles
and to be the glory of thy people Israel.
Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Gost; As it was in the beginning, is now, and ever shall be: world without end. Amen

Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan,
zoals u hebt beloofd.
Want met eigen ogen heb ik de redding gezien
die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken:
een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen
en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen.

Worcester Canticles
Piers Connor Kennedy

GELOOFSBELIJDENIS

We keren ons naar het kruis en belijden samen

Ik geloof in God de Vader,
de Almachtige,
Schepper van hemel en aarde.
En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon,
onze Heer;
Die ontvangen is van de Heilige Geest,
geboren uit de maagd Maria;
Die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
is gekruisigd, gestorven en begraven,
nedergedaald in de hel;
ten derden dage opgestaan van de doden;
opgevaren naar de hemel,
waar hij zetelt aan de rechterhand van God,
de almachtige Vader;
vanwaar Hij komen zal om te oordelen
de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heilige Geest,
de heilige, Katholieke, Christelijke kerk,
de gemeenschap van de heiligen;
de vergeving van de zonden;
de wederopstanding van het lichaam;
en het eeuwige leven.
Amen.

We gaan zitten

GEBEDEN

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Laat ons bidden.

Heer, ontferm u over ons.
Christus, ontferm u over ons.
Heer, ontferm u over ons.

Onze Vader
die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome;
uw wil geschiede,
gelijk in de hemel alzo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van het kwade.
Want van U is het Koninkrijk,
de kracht en de heerlijkheid
in eeuwigheid.

Amen.

O Heer, toon uw genade aan ons.
En schenk ons uw verlossing.
Begiftig uw dienaren met gerechtigheid.
En geef uw volk vreugde.

O Heer, red uw kind’ren.
En zegen uw erfdeel.
Geef vrede in onze tijd, o Heer.
Want er is geen ander die voor ons strijdt, behalve U, o God.

Schep ons een zuiver hart, o God.
en neem niet Uw Heilige Geest van ons weg.

Gebed van de dag

O God, die in overvloedige barmhartigheid de Heilige Geest over uw Kerk heeft gezonden in het brandende vuur van uw liefde:
geef dat uw volk vurig mag zijn in de gemeenschap van het evangelie.
Dat zij, altijd in U blijvend,
standvastig mogen zijn in geloof en actief in dienstbaarheid;
door Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer,
die leeft en met u regeert,
in de eenheid van de Heilige Geest,
één God, nu en in alle eeuwigheid.
Amen.

Gebed voor vrede

O God, uit wie alle heilige verlangens, alle goede raad, en alle rechtvaardige werken voortkomen; geef aan uw dienaren die vrede die de wereld niet kan geven; opdat zowel onze harten gericht mogen zijn om uw geboden te gehoorzamen, en ook dat wij door U, verdedigd tegen de vrees voor onze vijanden, onze tijd in rust en stilte mogen doorbrengen; door de verdiensten van Jezus Christus, onze Verlosser. Amen.

Gebed voor hulp tegen alle gevaren

Verlicht onze duisternis, smeken wij u, o Heer; en verdedig ons door uw grote barmhartigheid tegen alle gevaren van deze nacht; omwille van uw enige Zoon, onze Verlosser, Jezus Christus. Amen.

William Smith (1603-1645)

ANTHEM

And I saw a new heaven and a new earth:
for the first heaven and the first earth were passed away;
and there was no more sea.
And I John saw the holy city, new Jerusalem,
coming down from God out of heaven,
prepared as a bride adorned for her husband.
And I heard a great voice out of Heaven, saying,
Behold, the tabernacle of God is with men,
and he will dwell with them, and they shall be his people,
and God himself shall be with them, and be their God.
And God shall wipe away all tears from their eyes;
and there shall be no more death, neither sorrow, nor crying,
neither shall there be any more pain:
for the former things are passed away.

En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan.
En de zee was er niet meer.
En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem,
neerdalen van God uit de hemel,
gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.
En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen:
Zie, de tent van God is bij de mensen
en Hij zal bij hen wonen,
en zij zullen Zijn volk zijn,
en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen,
en de dood zal er niet meer zijn;
ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn.
Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

Tekst: Openbaring 21: 1-4
Edgar Bainton (1880-1956)

VOORBEDEN

Steeds beantwoord door:
Amen.

De genade van onze Here Jezus Christus, en de liefde van God,
en de gemeenschap van de Heilige Geest, zij met u allen.
Amen.

We gaan staan voor de hymne

HYMNE

The day Thou gavest, Lord, is ended

Koor:
The day thou gavest, Lord.png
Allen:
2. Het zonlicht heeft ons wel verlaten,
maar als ik straks mijn ogen sluit,
dan blijft Gij door de nacht heen waken
tot weer de dag wordt ingeluid.

Koor:
3. Wanneer wij ons te slapen leggen
wendt zich de aarde naar de zon.
Haar licht zal and’re mensen zeggen
dat Gij het duister overwon.

Allen:
4. Ontluiken elders dan haar stralen
en wachten mensen op het licht,
gun hun zo lang zij adem halen
het lichten van uw aangezicht.

5. Op aarde blijft de lofzang klinken
nooit zal zij onderbroken zijn,
zoals wie nu uw troon omringen
zich laven aan uw zonneschijn.

Tekst: Sytze de Vries (1945) naar John Ellerton (1826-1893)
Clement Scholefield (1839-1904) - ST CLEMENT

AVONDGEBED

Heer, blijf bij ons, want het is avond
en de nacht zal komen.
Blijf bij ons en bij uw ganse Kerk
aan de avond van de dag,
aan de avond van het leven,
aan de avond van de wereld.
Blijf bij ons
met uw genade en goedheid,
met uw troost en zegen,
met uw woord en sacrament.
Blijf bij ons
wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en van angst,
de nacht van twijfel en aanvechting,
de nacht van de strenge, bittere dood.
Blijf bij ons
in leven en in sterven,
in tijd en eeuwigheid. Amen.

Maarten Luther (1483-1546)

We blijven staan als het koor de kerk verlaat

We gaan zitten

ORGEL POSTLUDE

Rorate cæli

Jeanne Demessieux (1921-1968)
Volgende Evensong:
21 oktober 2025 - 17:30 Salisbury Cathedral