Terug

Liturgie

24 januari 2026 - 18:30

Licht der wereld

WELKOM BIJ DEZE EVENSONG

Dank voor uw aanwezigheid hier, vandaag, met ons.

De Evensong is het gezongen Avondgebed, zoals vormgegeven in de Engelse Reformatie sinds 1549. Dagelijks wordt de Evensong gezongen in Anglicaanse kerken, kathedralen en colleges. Centraal staat het psalmreciet, zoals in de kloosterlijke getijden-gebeden, naast het gezongen Magnificat (de lofzang van Maria) uit de Vespers en het Nunc Dimittis (de lofzang van Simeon) uit de kloosterlijke Completen (het laatste gebed voor de nacht).

Muziek draagt tijdens de Evensong de lofprijzing en het gebed, afgewisseld door de Schriftlezingen passend bij de daaropvolgende zondag of feestdag.

U wordt uitgenodigd de dikgedrukte onderdelen in de liturgie mee te spreken of te zingen.

Bewaar vooraf, tijdens en na de dienst alstublieft rust en stilte. Wanneer er in de liturgie een aanwijzing is wat betreft het staan en zitten, wordt u verzocht dit rustig en zonder haast te doen. Wacht na de lezingen met staan tot het moment dat het koor gaat staan.

Wij verzoeken u uw telefoon op stil te zetten en uitsluitend te gebruiken voor de digitale liturgie.

Probeert u zich in voorbereiding op de dienst op God te richten middels stilte en gebed.
Wij wensen u een gezegende dienst.

ORGEL PRELUDE

INTROITUS

O nata lux de lumine
Jesu redemptor saeculi,
dignare clemens supplicum
laudes precesque sumere.
Qui carne quondam contegi
dignatus es pro perditis.
Nos membra confer effici,
tui beati corporis

O licht geboren uit licht
Jezus, Verlosser van de wereld,
verwaardig U onze smeekbeden
en onze lofprijzingen te aanvaarden.
U die eens in vlees gehuld was,
hebt de verlorenen waardig geacht.
Schenk ons ​​ledematen,
opdat wij deel mogen uitmaken van uw gezegend lichaam.

Thomas Tallis (1505-1585)

We gaan staan

HYMNE

Door uw genadig woord

Koor:
Door uw genadig woord.jpg
Allen:
2. Zoon, die genezing bracht,
maakte dit woord van kracht,
tot goed bericht.
Die blinden uitzicht geeft,
angsten weersproken heeft, –
waar Gij in mensen leeft
wordt het weer licht.

Koor:
3. Geest, die ons adem schenkt,
en God ter sprake brengt
als vergezicht:
draag op uw vleugelslag
de lamp van Gods gezag.
Dan komt de nieuwe dag,
wordt het weer licht.

Allen:
4. Vader, begin en bron,
Zoon, stralend als de zon,
Geest, die ons sticht,
wijd als de oceaan
golft uw genade aan
en waar wij mensen gaan
wordt het weer licht.

Tekst: Sytze de Vries (1945) naar John Marriott (1780-1825)
Felice di Giadini (1716-1796) - Moscow

OPENINGSGEBED

O Heer, open onze lippen.
En onze mond zal zingen uw lof.
O God, maak haast en red ons.
O Heer, kom haastig te hulp.

Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen.
Prijs nu de Heer.
De Heer zij geprezen.

William Smith (1603-1645)

We gaan zitten

WELKOM

PSALM 139

1 Heer, Gij hebt mij doorgrond, Gij zijt het Die mij kent.
2. Gij kent mijn zitten en mijn opstaan, hebt doorschouwd mijn denken van verre.
3. Gij zijt de maat van mijn gaan en mijn liggen, met al mijn wegen zijt Gij vertrouwd.
4. Want er komt geen zin op mijn tong: zie hier, Heer, Gij kent haar volkomen.
5. Van achter, van voren hebt Gij mij omklemd, hebt Ge op mij uw handpalm gelegd.
6. Te wonderbaar is mij dit weten, te steil, ik kan er niet bij!
7. Waar zal ik heen om Uw Geest te ontgaan, waarheen om voor Uw aanschijn te vluchten?
8. Als ik opstijg ten hemel zijt Gij daar, kies ik als bed de hel, zie, daar zijt Gij!
9. Al zal ik dragen de vleugels van de dageraad, gaan wonen in het westen, achter de zee,
10. ook daar zal uw hand mij geleiden, zal mij grijpen uw rechterhand.
11. Zeg ik: Ach duister, vermaal mij, het licht worde om mij heen nacht!
12. dan is ook het duister U niet te duister en de nacht is licht als de dag, de duisternis als het licht!
13. Ja, Gij, Gij hebt geschapen mijn nieren, mij geweven in de schoot van mijn moeder.
14. Ik dank U, dat ik ontzagwekkend wonderbaarlijk ben geschapen, een wonder is al wat gij maakt! Mijn ziel beseft dat bovenmate!
15. Mijn gebeente was voor U niet verholen toen Ge mij in het verborgene maakte,
ik werd gevlochten in het onderste der aarde.
16. Mijn vormeloos begin zagen uw ogen; op uw boekrol zijn ze alle geschreven:
mijn dagen, toen geen van hen er nog was.
17. Hoe kostbaar zijn mij Uw gedachten, o God, hoe eindeloos in aantal!
18. Wil ik ze tellen, het zijn er meer dan het zand; ontwaak ik, nog steeds ben ik met U samen.
19. Als Gij, God, de boze eens ombrengt, de mannen van bloed van mij zullen wijken!
20. die van U zeggen: Een verzinsel! Uw Naam opheffen ten leugen.
21. Zal ik, Heer, Uw haters niet haten en walgen van wie tegen U opstaan?
22. Ik haat hen, mijn haat is volstrekt, eigen vijanden zijn zij mij geworden.
23. Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten!
24. Wil zien of ik op de weg van de smart ben, en leid mij op de weg naar de toekomst!

We gaan staan voor het gloria

Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon,
en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal,
wereld zonder eind. Amen.

Edgar Frederick Day (1891-1983)
John Soaper (1743-1794)

We gaan zitten

EERSTE LEZING

Jesaja 49: 1-7

De eerste lezing is uit Jesaja 49: 1-7.

1 Eilanden, hoor mij aan,
verre volken, luister aandachtig.
Al in de schoot van mijn moeder
heeft de HEER mij geroepen,
nog voor ze mij baarde noemde Hij mijn naam.
2 Mijn tong maakte Hij scherp als een zwaard,
Hij hield me verborgen in de schaduw van zijn hand;
Hij maakte me tot een puntige pijl,
Hij stak me weg in zijn pijlkoker.
3 Hij heeft me gezegd: ‘Mijn dienaar ben jij.
In jou, Israël, toon Ik mijn luister.’
4 Maar ik zei: ‘Tevergeefs heb ik me afgemat,
ik heb al mijn krachten verbruikt,
het was voor niets, het heeft geen zin gehad.
Maar de HEER zal mij recht doen,
mijn God zal mij belonen.’
5 Toen sprak de HEER –
Hij die mij al in de moederschoot
gevormd heeft tot zijn dienaar
om Jakob naar Hem terug te brengen,
om Israël rond Hem te verzamelen,
zodat ik aanzien zou genieten bij de HEER
en mijn God mijn sterkte zou zijn.
6 Hij zei: ‘Dat je mijn dienaar bent
om de stammen van Jakob op te richten
en de overlevenden van Israël terug te brengen,
dat is nog maar het begin.
Ik zal je maken tot een licht voor alle volken,
opdat de redding die Ik brengen zal
tot aan de einden der aarde reikt.’
7 Dit zegt de HEER, de bevrijder, de Heilige van Israël,
tegen hem die smadelijk veracht wordt,
die door vreemde volken wordt verafschuwd,
die dienaar is van vreemde heersers:
Koningen zullen dit zien en opstaan,
vorsten buigen diep voorover,
omwille van de HEER, die betrouwbaar is,
de Heilige van Israël, die jou heeft uitgekozen.

Hier eindigt de eerste lezing.

We gaan staan

MAGNIFICAT

My soul doth magnify the Lord.
And my spirit hath rejoiced in God my Saviour.
For He hath regarded the lowliness of his handmaiden.
For behold, from henceforth all generations shall call me blessed.
For He that is mighty hath magnified me.
And holy is His Name.

And His mercy is on them that fear Him throughout all generations.
He hath shewed strength with His arm.
He hath scattered the proud in the imagination of their hearts.
He hath put down the mighty from their seat and hath exalted the humble and meek.
He hath filled the hungry with good things,
and the rich He hath sent empty away.
He, remembering His mercy, hath holpen His servant Israel.
As He promised to our forefathers,
Abraham and his seed for ever.

Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Gost;
as it was in the beginning, is now, and ever shall be, world without end.
Amen.

Mijn ziel maakt groot de Heer,
en mijn geest heeft zich verheugd om God mijn Zaligmaker.
Want Hij aanschouwde de nederigheid van zijn dienares.
Want zie, van nu af aan zullen alle geslachten mij zalig spreken.
Want Hij Die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan.
En heilig is Zijn Naam.

En Zijn barmhartigheid is van nageslacht tot nageslacht,
voor hen die Hem vrezen.
Hij heeft kracht getoond met Zijn arm.
Hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart, verstrooid.
Hij heeft machtigen van de troon gestoten, en nederigen heeft Hij verhoogd.
Hongerigen heeft Hij met gaven vervuld,
en rijken heeft Hij leeg weggezonden.
Hij is Israël zijn dienaar te hulp geschoten, zijn barmhartigheid gedenkend.
Zoals Hij beloofd heeft aan onze vaderen,
Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.

Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind.
Amen.

Canticles in E
Sydney Watson (1903-1991)

We gaan zitten

TWEEDE LEZING

Mattheüs 4: 12-22

De tweede lezing is uit Mattheüs 4: 12-22.

Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangengenomen was, week Hij uit naar Galilea. 13 Hij keerde niet terug naar Nazaret, maar ging in Kafarnaüm wonen, aan het meer, in het gebied van Zebulon en Naftali. 14 Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeet Jesaja: 15 ‘Land van Zebulon en Naftali, gebied aan het meer en aan de overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen, luister: 16 Het volk dat in duisternis leefde, zag een schitterend licht, en zij die woonden in de schaduw van de dood werden door het licht beschenen.’ 17 Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging. ‘Kom tot inkeer,’ zei Hij, ‘want het koninkrijk van de hemel is nabij!’
18 Toen Hij langs het meer liep, zag Hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. 19 Hij zei tegen hen: ‘Kom, volg Mij, Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 20 Ze lieten meteen hun netten achter en volgden Hem. 21 Even verderop zag Hij twee andere broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. Ze waren met hun vader in hun boot bezig met het herstellen van de netten. Hij riep hen 22 en meteen lieten ze de boot en hun vader Zebedeüs achter en volgden Hem.

Hier eindigt de tweede lezing.

We gaan staan

NUNC DIMITTIS

Lord, now lettest Thou Thy
servant depart in peace,
according to Thy word.
For mine eyes have seen Thy
salvation,
Which Thou hast prepared
before the face of all people;
To be a light to lighten the Gentiles
and to be the glory of Thy people Israel.

Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Gost;
As it was in the beginning, is now, and ever shall be, world without end. Amen.

Nu laat U, Heer, uw dienaarin vrede heengaan,
volgens Uw woord.
Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,
die U bereid hebt voor de ogen van alle volken,
een licht om de heidenen te verlichten
en om Uw volk Israël te verheerlijken.

Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen.

Canticles in E
Sydney Watson (1903-1991)

GELOOFSBELIJDENIS

We keren ons naar het kruis en belijden samen

Ik geloof in God de Vader,
de Almachtige,
Schepper van hemel en aarde.
En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heer;
Die ontvangen is van de Heilige Geest,
geboren uit de maagd Maria;
Die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
is gekruisigd, gestorven en begraven,
nedergedaald in de hel;
ten derden dage opgestaan van de doden;
opgevaren naar de hemel,
waar hij zetelt aan de rechterhand van God, de almachtige Vader;
vanwaar Hij komen zal om te oordelen
de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heilige Geest,
de heilige katholieke kerk,
de gemeenschap der heiligen;
de vergeving van zonden;
de wederopstanding van het lichaam;
en een eeuwig leven.
Amen.

We gaan zitten

GEBEDEN

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Laat ons bidden.

Heer, ontferm u over ons.
Christus, ontferm u over ons.
Heer, ontferm u over ons.

Onze Vader
die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome;
uw wil geschiede,
gelijk in de hemel, alzo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van het kwade.
Want van U is het Koninkrijk,
de kracht en de heerlijkheid
in eeuwigheid.

Amen.

O Heer, toon uw genade aan ons.
En schenk ons uw verlossing.
Begiftig uw dienaren met gerechtigheid.
En geef uw volk vreugde.

O Heer, red uw kind’ren.
En zegen uw erfdeel.
Geef vrede in onze tijd, o Heer.
Want er is geen ander die voor ons strijdt, behalve U, o God.

Schep ons een zuiver hart, o God.
en neem niet Uw Heilige Geest van ons weg.

Gebed van de dag

Almachtige God, wiens Zoon in tekenen en wonderen het wonder van uw reddende aanwezigheid heeft geopenbaard: vernieuw uw volk met uw hemelse genade, en ondersteun ons in al onze zwakheid met uw machtige kracht; door Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer, die leeft en met u regeert, in de eenheid van de Heilige Geest, één God, nu en voor altijd. Amen.

Gebed voor vrede

O God, uit wie alle heilige verlangens, alle goede raad, en alle rechtvaardige werken voortkomen; geef aan uw dienaren die vrede die de wereld niet kan geven; opdat zowel onze harten gericht mogen zijn om uw geboden te gehoorzamen, en ook dat wij door U, verdedigd tegen de vrees voor onze vijanden, onze tijd in rust en stilte mogen doorbrengen; door de verdiensten van Jezus Christus, onze Verlosser. Amen.

Gebed voor hulp tegen alle gevaren

Verlicht onze duisternis, smeken wij u, o Heer; en verdedig ons door uw grote barmhartigheid tegen alle gevaren van deze nacht; omwille van uw enige Zoon, onze Verlosser, Jezus Christus. Amen.

William Smith (1603-1645)

ANTHEM

Lighten our darkness, we beseech thee, O Lord;
and by thy great mercy defend us from all perils and dangers of this night;
for the love of thy only Son, our Savior Jesus Christ.
Amen.

Verlicht onze duisternis, smeken wij U, o Heer;
en verdedig ons door Uw grote barmhartigheid tegen alle gevaren van deze nacht;
omwille van Uw enige Zoon, onze Verlosser, Jezus Christus.
Amen.

Tekst: Book of Common Prayer (1549)
Charles Villiers Stanford (1852-1924)

VOORBEDEN

Steeds beantwoord door:
Amen.

We gaan staan voor de hymne

HYMNE

Prijs, mijn ziel, den Hemelkoning

Allen:
Prijs, mijn ziel, den Hemelkoning.jpg
Koor:
2. Prijs Hem, die in bange tijden
onzen vaad’ren uitkomst gaf!
Prijs Hem, die ook ons wil leiden,
snel tot hulp en traag tot straf!
Halleluja, halleluja,
d’ eeuwen door tot steun en staf!

Koor:
3. Vaderlijk wil Hij ons schragen,
kennend onze zwakke kracht,
in zijn arm beschermend dragen
uit des vijands overmacht.
Halleluja, halleluja
Hem, die ons verlossing bracht!

Allen:
4. Bloemen zijn wij, die verkwijnen
en door ’t stormgeweld vergaan.
Zie, wij rijzen en verdwijnen,
waar Gij eeuwig blijft bestaan.
Halleluja, halleluja,
loof zijn onvolprezen naam!

5. Eng’len, helpt ons Hem t’ aanbidden,
gij, die ziet zijn aangezicht!
Zonnen, sterren, buigt te midden
van al ’t schepsel in zijn licht!
Halleluja, halleluja,
Hem, genadig in ’t gericht!

Tekst: Onbekend naar Henry Francis Lyte (1793-1847)
John Goss (1800-1880) - Lauda Anima

GEBED

De Heer zij met u.
En met uw geest.
De Heer geev' ons zijn vrede.
En eeuwig leven. Amen.

We blijven staan als het koor de kerk verlaat

We gaan zitten

ORGEL POSTLUDE

Postlude in D Minor, Op. 105, No. 6

Charles Villiers Stanford (1852-1924)
Volgende Evensong:
28 februari 2026 - 18:30 Lutherse Kerk Apeldoorn