Liturgie
26 september 2026 - 18:30
WELKOM BIJ DEZE EVENSONG
Dank voor uw aanwezigheid hier, vandaag, met ons.
De Evensong is het gezongen Avondgebed, zoals vormgegeven in de Engelse Reformatie sinds 1549. Dagelijks wordt de Evensong gezongen in Anglicaanse kerken, kathedralen en colleges. Centraal staat het psalmreciet, zoals in de kloosterlijke getijden-gebeden, naast het gezongen Magnificat (de lofzang van Maria) uit de Vespers en het Nunc Dimittis (de lofzang van Simeon) uit de kloosterlijke Completen (het laatste gebed voor de nacht).
Muziek draagt tijdens de Evensong de lofprijzing en het gebed, afgewisseld door de Schriftlezingen passend bij de daaropvolgende zondag of feestdag.
U wordt uitgenodigd de dikgedrukte onderdelen in de liturgie mee te spreken of te zingen.
Bewaar vooraf, tijdens en na de dienst alstublieft rust en stilte. Wanneer er in de liturgie een aanwijzing is wat betreft het staan en zitten, wordt u verzocht dit rustig en zonder haast te doen. Wacht na de lezingen met staan tot het moment dat het koor gaat staan.
Wij verzoeken u uw telefoon op stil te zetten en uitsluitend te gebruiken voor de digitale liturgie.
Probeert u zich in voorbereiding op de dienst op God te richten middels stilte en gebed.
Wij wensen u een gezegende dienst.
ORGEL PRELUDE
INTROITUS
Schenk ons de vleugels van het geloof om op te stijgen
achter het voorhangsel, en te zien
hoe groot de vreugde is van de heiligen daarboven,
hoe stralend hun glorie is.
Wij vragen hen waar hun overwinning vandaan kwam:
zij schrijven, met één gezamenlijke stem,
de overwinning toe aan het Lam,
hun triomf aan Zijn dood.
Zij volgden de voetstappen die Hij bewandelde,
Zijn ijver inspireerde hun hart,
en, in navolging van hun vleesgeworden God,
bereikten zij de beloofde rust.
Schenk ons de vleugels van het geloof om op te stijgen
achter het voorhangsel, en te zien
hoe groot de vreugde is van de heiligen daarboven,
hoe stralend hun glorie is.
Wij vragen hen waar hun overwinning vandaan kwam:
zij schrijven, met één gezamenlijke stem,
de overwinning toe aan het Lam,
hun triomf aan Zijn dood.
Zij volgden de voetstappen die Hij bewandelde,
Zijn ijver inspireerde hun hart,
en, in navolging van hun vleesgeworden God,
bereikten zij de beloofde rust.
Tekst: Isaac Watts (1674-1748)
James Whitbourn (1963-2024)
We gaan staan
HYMNE
Gij hebt uw hart en ziel in ons gelegd
Koor:
Allen:
2. Wij zijn door U gekend sinds het begin
en dat alleen geeft onze dagen zin.
Want tot dit ene zijn wij voorbestemd:
te leven als geroepen door uw stem.
Koor:
3. Ieder van ons is U een kostbaar kind,
Dat aan uw hart begin en einde vindt.
Gij ziet in elk van ons uw eigen zoon;
Geen macht ter wereld stoot Hem van de troon.
Allen:
4. Niets is er, niets dat ons van Christus scheidt,
al voeren wij een ongelijke strijd.
Want welke tegenstand ik ondervind,
het blijft uw liefde die mij aan U bindt.
5. Hemel of aarde, noch wat is of wacht,
heeft over ons uiteindelijke macht.
Want Gij alleen bepaalt voorgoed mijn lot;
uw liefde blijft mijn anker, Gij mijn God.
Tekst: Sytze de Vries (1945) naar Romeinen 8:28-39
Walter Greatorex (1877-1949) - woodlands
OPENINGSGEBED
O Heer, open onze lippen.
En onze mond zal zingen uw lof.
O God, maak haast en red ons.
O Heer, kom haastig te hulp.
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen.
Prijs nu de Heer.
De Heer zij geprezen.
William Smith (1603-1645)
We gaan zitten
WELKOM
PSALM 104
2 De vriendschap des Heeren zal ik eeuwig bezingen,
voor geslacht na geslacht maak ik uw trouw bekend met eigen mond!
3 Eens zei ik: Eeuwig wordt vriendschap gebouwd,
hemelhoog doet gij uw trouw gestand!
4 Ik sloot een verbond met wie Ik verkoos,
Ik heb gezworen aan David, mijn dienaar:
5 Ik maak dat uw zaad tot in eeuwigheid standhoudt,
Ik heb uw troon gebouwd voor geslacht na geslacht!
6 De hemelen loven uw wonderen, o Heer,
ja, in de vergadering der heiligen uw trouw!
7 Want wie in de hemelen staat gelijk aan de Heer,
kan onder godszonen de Heer evenaren!
8 God is grotelijks geducht in de raad der heiligen,
vreeswekkend over al wie hem omringen.
9 O Heer, God der heirscharen, wie is sterk als Gij,
uw trouw omringt u als een mantel!
10 Gij die beheerst de hoogmoed der zee,
als zijn golven zich heffen, Gij weet ze te stillen!
11 Gij die Rahab hebt doorboord en vertrapt,
Uw vijanden hebt verstrooit met de arm van Uw kracht.
12 Van U is de hemel, van U ook de aarde,
de wereld, haar volheid, Gij hebt ze gegrondvest!
13 Noorden en zuiden, Gij hebt ze geschapen,
om Uw Naam juichen Tabor en Hermon!
14 Gij hebt een arm met macht,
krachtig is Uw hand, Uw rechterhand verheven!
15 Op gerechtigheid en recht stoelt Uw troon,
vriendschap en trouw ontmoe· ten Uw Aanschijn!
16 Zalig is het volk dat zich verheugt in U,
zij wandelen, Heer, in het licht van Uw Aanschijn!
17 Om Uw naam juichen zij al den dag,
om Uw gerechtigheid verheffen zij hun stem!
18 Want hun luister, hun sterkte zijt Gij,
met Uw welbehagen verhoogt Gij onze hoorn!
19 Ja, van de Heer is ons schild,
van Israëls Heilige onze koning!
20 Toen hebt Gij gesproken in een visioen tot Uw heiligen, en gezegd:
Hulp heb Ik neergelaten over een held,
Ik heb verheven wie Ik uitkoos uit de manschap;
21 Ik heb gevonden David, Mijn dienaar:
hem met olie van Mijn heiligheid gezalfd;
22 dat hem Mijn hand zal ondersteunen,
ja, Mijn arm hem macht zal verlenen;
23 dat geen vijand hem zal overvallen,
geen zoon van euvelmoed hem zal doen bukken;
24 vermalen zal Ik zijn benauwers, weg van zijn aanschijn,
wie hem haten stoot Ik neer;
25 met hem zijn Mijn trouw en Mijn vriendschap,
door Mijn Naam zal zijn hoorn zich verheffen;
26 leggen zal Ik zijn hand op de zee,
op de stromen zijn rechterhand;
27 hij zal tot Mij roepen: Gij zijt mijn Vader,
mijn God, en de Rots van mijn bevrijding!
28 zo maak Ik hem een eersteling,
de hoogste boven de koningen der aarde;
29 voor hem bewaar Ik voor eeuwig Mijn vriendschap,
Mijn verbond blijft hem getrouw!
30 zijn zaad zet Ik voort voor altijd,
zijn troon als de dagen van de hemel!
31 Maar als zijn zonen Mijn wet verlaten,
niet hun weg gaan met Mijn rechtspraak,
32 als ze Mijn wetten ontwijden en Mijn geboden niet bewaren,
33 met de stok zal Ik hun overtredingen straffen,
hun ongerechtigheid met slagen.
34 Maar Mijn vriendschap met hem zelf verbreek Ik nooit,
Mijn trouw verloochen Ik niet;
35 nooit ontwijd Ik Mijn verbond, wat kwam over Mijn lippen verander Ik niet!
36 Éénmaal heb Ik bij Mijn heiligheid gezworen:
nooit breek Ik Mijn woord aan David!
37 Zijn zaad zal er wezen voor eeuwig,
zijn troon straalt als de zon Mij tegemoet;
38 als de maan, zo houdt hij eeuwig stand,
een trouwe getuige in het zwerk!
39 Toch hebt Gij verstoten en versmaad,
zijt Ge op uw gezalfde verbolgen!
40 Hebt Ge het verbond met uw dienaar ontkracht,
zijn kroon ter aarde ontwijd!
41 Al zijn muren hebt Ge doorbroken,
zijn vestingen gemaakt tot puin;
42 hem plunderden al wie voorbijtrokken over de weg,
geworden is hij de smaad van zijn buren.
43 Verheven hebt Ge de rechterhand van zijn benauwers,
al zijn vijanden verheugd!
44 Keerde ook de kling van zijn zwaard,
deed hem niet opstaan in de strijd!
45 Zijn scepter hebt Ge gebroken,
ter aarde gestort zijn troon;
46 van zijn jeugd de dagen verkort,
met schaamte hem overdekt!
47 Tot wanneer, Heer? (verbergt Ge U voor immer?)
blijft Uw gramschap branden als een vuur?
48 Gedenk toch, Heer, hoe kort mijn duur is,
waarom zoudt Gij Adams kinderen vergeefs hebben geschapen?
49 Wie leeft er die de dood niet zal zien,
zijn ziel kan redden uit de hand van het graf!
50 Waar, Heer, is Uw vriendschap van vroeger,
aan David ge- zworen bij Uw trouw!
51 Gedenk, Heer, aan de smaad van uw dienaar,
die ik in mijn boezem draag van al die vele volken,
52 waarmee Uw vijanden, Heer, hebben gesmaad,
waarmee zij hebben gesmaad de stappen van Uw Gezalfde!
53 Gezegend de Heer voor eeuwig! Amen, amen!
We gaan staan voor het gloria
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon,
en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal,
wereld zonder eind. Amen.
Thomas Norris (1741-1790)
Walter Alcock (1861-1947)
Harald Bunt (2006*)
We gaan zitten
EERSTE LEZING
Exodus 32: 7-14
De eerste lezing is uit Exodus 32: 7-14.
7 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ga terug naar beneden, want jouw volk, dat je uit Egypte hebt geleid, misdraagt zich. 8 Nu al zijn ze afgeweken van de weg die Ik hun gewezen heb. Ze hebben een stierenbeeld gemaakt, hebben daarvoor neergeknield, er offers aan gebracht en gezegd: “Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!”’ 9 De HEER zei verder tegen Mozes: ‘Ik weet hoe onhandelbaar dit volk is. 10 Houd Mij niet tegen: mijn brandende toorn zal hen verteren. Maar uit jou zal Ik een groot volk laten voortkomen.’ 11 Mozes probeerde de HEER, zijn God, milder te stemmen: ‘Wilt U dan uw toorn laten ontbranden tegen uw eigen volk, HEER, dat U met sterke hand en grote macht uit Egypte hebt bevrijd? 12 Wilt U dat de Egyptenaren zeggen: “Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten, om hen in het bergland te doden en van de aarde weg te vagen”? Wees niet langer toornig en zie ervan af onheil over uw volk te brengen! 13 Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie U onder ede deze belofte hebt gedaan: “Ik zal jullie zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn, en het hele gebied waarvan Ik gesproken heb zal Ik hun voor altijd in bezit geven.”’ 14 Toen zag de HEER ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee Hij gedreigd had.
Hier eindigt de eerste lezing.
We gaan staan
MAGNIFICAT
My soul doth magnify the Lord.
And my spirit hath rejoiced in God my Saviour.
For He hath regarded the lowliness of his handmaiden.
For behold, from henceforth all generations shall call me blessed.
For He that is mighty hath magnified me.
And holy is His Name.
And His mercy is on them that fear Him throughout all generations.
He hath shewed strength with His arm.
He hath scattered the proud in the imagination of their hearts.
He hath put down the mighty from their seat and hath exalted the humble and meek.
He hath filled the hungry with good things,
and the rich He hath sent empty away.
He, remembering His mercy, hath holpen His servant Israel.
As He promised to our forefathers,
Abraham and his seed for ever.
Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Gost;
as it was in the beginning, is now, and ever shall be, world without end.
Amen.
Mijn ziel maakt groot de Heer,
en mijn geest heeft zich verheugd om God mijn Zaligmaker.
Want Hij aanschouwde de nederigheid van zijn dienares.
Want zie, van nu af aan zullen alle geslachten mij zalig spreken.
Want Hij Die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan.
En heilig is Zijn Naam.
En Zijn barmhartigheid is van nageslacht tot nageslacht,
voor hen die Hem vrezen.
Hij heeft kracht getoond met Zijn arm.
Hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart, verstrooid.
Hij heeft machtigen van de troon gestoten, en nederigen heeft Hij verhoogd.
Hongerigen heeft Hij met gaven vervuld,
en rijken heeft Hij leeg weggezonden.
Hij is Israël, zijn dienaar, te hulp geschoten, zijn barmhartigheid gedenkend.
Zoals Hij beloofd heeft aan onze vaderen,
Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind.
Amen.
Evening Service in D
Herbert Brewer (1865-1928)
We gaan zitten
TWEEDE LEZING
Mattheüs 18: 21-35
De tweede lezing is uit Mattheüs 18: 21-35
21 Daarop kwam Petrus bij Hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’ 22 Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven. 23 Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die afrekening wilde houden met zijn dienaren. 24 Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. 25 Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. 26 Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” 27 Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. 28 Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van zijn mededienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij greep hem bij de keel en zei: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” 29 Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je terugbetalen.” 30 Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. 31 De andere dienaren hadden gezien wat er gebeurde. Ze waren zeer ontdaan en gingen naar hun heer om hem alles te vertellen. 32 Daarop liet de heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. 33 Had jij dan geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden had met jou?” 34 En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de folteraars gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. 35 Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’
Hier eindigt de tweede lezing.
We gaan staan
NUNC DIMITTIS
Lord, now lettest Thou Thy
servant depart in peace,
according to Thy word.
For mine eyes have seen Thy salvation,
Which Thou hast prepared
before the face of all people;
To be a light to lighten the Gentiles
and to be the glory of Thy people Israel.
Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Gost;
As it was in the beginning, is now, and ever shall be, world without end. Amen.
Nu laat U, Heer, uw dienaarin vrede heengaan,
volgens Uw woord.
Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,
die U bereid hebt voor de ogen van alle volken,
een licht om de heidenen te verlichten
en om Uw volk Israël te verheerlijken.
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen.
Evening Service in D
Herbert Brewer (1865-1928)
GELOOFSBELIJDENIS
We keren ons naar het kruis en belijden samen
Ik geloof in God de Vader,
de Almachtige,
Schepper van hemel en aarde.
En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heer;
Die ontvangen is van de Heilige Geest,
geboren uit de maagd Maria;
Die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
is gekruisigd, gestorven en begraven,
nedergedaald in de hel;
ten derden dage opgestaan van de doden;
opgevaren naar de hemel,
waar hij zetelt aan de rechterhand van God, de almachtige Vader;
vanwaar Hij komen zal om te oordelen
de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heilige Geest,
de heilige katholieke kerk,
de gemeenschap der heiligen;
de vergeving van zonden;
de wederopstanding van het lichaam;
en een eeuwig leven.
Amen.
We gaan zitten
GEBEDEN
De Heer zij met u.
En met uw geest.
Laat ons bidden.
Heer, ontferm u over ons.
Christus, ontferm u over ons.
Heer, ontferm u over ons.
Onze Vader
die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome;
uw wil geschiede,
gelijk in de hemel, alzo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van het kwade.
Want van U is het Koninkrijk,
de kracht en de heerlijkheid
in eeuwigheid.
Amen.
O Heer, toon uw genade aan ons.
En schenk ons uw verlossing.
Begiftig uw dienaren met gerechtigheid.
En geef uw volk vreugde.
O Heer, red uw kind’ren.
En zegen uw erfdeel.
Geef vrede in onze tijd, o Heer.
Want er is geen ander die voor ons strijdt, behalve U, o God.
Schep ons een zuiver hart, o God.
En neem niet Uw Heilige Geest van ons weg.
Gebed van de dag
O Heer, wij bidden U dat Uw genade ons altijd mag voorgaan en volgen, en ons ertoe mag brengen voortdurend alle goede werken te verrichten; door Jezus Christus, onze Heer. Amen.
Gebed voor vrede
O God, uit wie alle heilige verlangens, alle goede raad, en alle rechtvaardige werken voortkomen; geef aan uw dienaren die vrede die de wereld niet kan geven; opdat zowel onze harten gericht mogen zijn om uw geboden te gehoorzamen, en ook dat wij door U, verdedigd tegen de vrees voor onze vijanden, onze tijd in rust en stilte mogen doorbrengen; door de verdiensten van Jezus Christus, onze Verlosser. Amen.
Gebed voor hulp tegen alle gevaren
Verlicht onze duisternis, smeken wij u, o Heer; en verdedig ons door uw grote barmhartigheid tegen alle gevaren van deze nacht; omwille van uw enige Zoon, onze Verlosser, Jezus Christus. Amen.
William Smith (1603-1645)
ANTHEM
Lord, I call upon thee, haste thee unto me: and consider my voice when I cry unto thee
Let my prayer be set forth in thy sight as the incense: and let the lifting up of my hands be an evening sacrifice
But mine enemies live, and are mighty: and they that hate me wrongfully are many in number
They also that reward evil for good are against me: because I follow the thing that good is
Forsake me not, O Lord my God: be not thou far from me
Haste thee to help me:
I will lay me down in peace, and take my rest: for it is thou, Lord, only, that makest me dwell in safety.
Heer, ik roep U aan, haast U naar mij toe; luister naar mijn stem wanneer ik tot U roep.
Laat mijn gebed voor Uw aangezicht opstijgen als wierook, en laat het opheffen van mijn handen een avondoffer zijn.
Maar mijn vijanden leven en zijn machtig; en zij die mij ten onrechte haten, zijn talrijk.
Ook zij die het goede met het kwade vergelden, zijn tegen mij, omdat ik het goede nastreef.
Verlaat mij niet, o Heer, mijn God; wees niet ver van mij.
Haast U om mij te helpen.
Ik zal mij in vrede neerleggen en rusten, want U alleen, Heer, bent het die mij in veiligheid laat wonen.
Tekst: Verschillende psalmen
Sir Edward Bairstow (1874-1946)
VOORBEDEN
Steeds beantwoord door:
Amen.
We gaan staan voor de hymne
HYMNE
Gij hebt uw hart en ziel in ons gelegd
Koor:
Allen:
2. Het zonlicht heeft ons wel verlaten,
maar als ik straks mijn ogen sluit,
dan blijft Gij door de nacht heen waken
tot weer de dag wordt ingeluid.
Koor:
3. Wanneer wij ons te slapen leggen
wendt zich de aarde naar de zon.
Haar licht zal and’re mensen zeggen
dat Gij het duister overwon.
Allen:
4. Ontluiken elders dan haar stralen
en wachten mensen op het licht,
gun hun zo lang zij adem halen
het lichten van uw aangezicht.
5. Op aarde blijft de lofzang klinken
nooit zal zij onderbroken zijn,
zoals wie nu uw troon omringen
zich laven aan uw zonneschijn.
Tekst: Tekst: Sytze de Vries (1945) naar John Ellerton (1826-1893)
Clement Scholefield (1839-1904) - st clement
GEBED
De Heer zij met u.
En met uw geest.
De Heer geev' ons zijn vrede.
En eeuwig leven. Amen.
We blijven staan als het koor de kerk verlaat
We gaan zitten
ORGEL POSTLUDE
Flourish for an Occasion