Liturgie
22 juni 2024 - 18:30
WELKOM BIJ DEZE EVENSONG
Dank voor uw aanwezigheid hier, vandaag, met ons.
De Evensong is het gezongen Avondgebed, zoals vormgegeven in de Engelse Reformatie sinds 1549. Dagelijks wordt de Evensong gezongen in Anglicaanse kerken, kathedralen en colleges. Centraal staat het psalmreciet, zoals in de kloosterlijke getijden-gebeden, naast het gezongen Magnificat (de lofzang van Maria) uit de Vespers en het Nunc Dimittis (de lofzang van Simeon) uit de kloosterlijke Completen (het laatste gebed voor de nacht).
Muziek draagt tijdens de Evensong de lofprijzing en het gebed, afgewisseld door de Schriftlezingen passend bij de daaropvolgende zondag of feestdag.
U wordt uitgenodigd de dikgedrukte onderdelen in de liturgie mee te spreken of te zingen.
Bewaar vooraf, tijdens en na de dienst alstublieft rust en stilte. Wanneer er in de liturgie een aanwijzing is wat betreft het staan en zitten, wordt u verzocht dit rustig en zonder haast te doen. Wacht na de lezingen met staan tot het moment dat het koor gaat staan.
Wij verzoeken u uw telefoon op stil te zetten en uitsluitend te gebruiken voor de digitale liturgie.
Probeert u zich in voorbereiding op de dienst op God te richten middels stilte en gebed.
Wij wensen u een gezegende dienst.
ORGEL PRELUDE
INTROITUS
Jesu, the very thought of Thee
With sweetness fills my breast;
But sweeter far Thy face to see,
And in Thy presence rest.
Jezus, de gedachte aan U
Met zoetheid vult mijn borst;
Maar nog zoeter is Uw aangezicht te zien,
En in Uw aanwezigheid te rusten.
Tekst: Bernardus van Clairvaux (1090-1153)
Edward Bairstow (1874-1946)
We gaan staan
HYMNE
Dear Lord and Father of mankind

2. Geef dat Uw roepstem wordt gehoord,
als eenmaal bij de zee.
Geef dat ook wij Uw nodend woord,
vertrouwen, volgen ongestoord,
op weg gaan met U mee,
op weg gaan met U mee.
3. Leg Heer’, Uw stille dauw van rust,
op onze duisternis.
Neem van ons hart de vrees, de lust,
en maak ons innerlijk bewust,
hoe schoon Uw vrede is,
hoe schoon Uw vrede is.
4. Dat ons geen drift en pijn verblindt,
geen hartstocht ons verwart.
Maak Gij ons rein en welgezind,
en spreek tot ons in vuur en wind,
o stille stem in ‘t hart,
o stille stem in ‘t hart.
Tekst: J.W. Schulte Nordholt (1920-1995) naar John Whittier (1807-1892)
C. Hubert H. Parry (1848-1918) - REPTON
OPENINGSGEBED
O Heer, open onze lippen.
En onze mond zal zingen uw lof.
O God, maak haast en red ons.
O Heer, kom haastig te hulp.
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen.
Prijs nu de Heer.
De Heer zij geloofd.
William Byrd (1543-1623)
We gaan zitten
WELKOM
PSALM 107
1 Brengt dank aan de HEER, want hij is goed,
want voor eeuwig is zijn vriendschap!
2 zo zullen zeggen de verlosten des HEREN,
die hij uit de hand huns benauwers verlost heeft,
3 en uit de landen vergaard heeft,
van de Zonsopgang, van de Avond,
van het Noorden, van de Zee.
4 Wie dwaalden in de woestijn,
door een woestenij,
een weg, een stad die bewoond werd
vonden zij niet,
5 hongerend, gekweld door dorst boven dien, tot hun ziel in hen verkwijnde:
6 zij schreeuwden in hun nood tot de HEER:
uit al wat hen benarde heeft hij hen gered.
7 Hij liet hen lopen de meest rechte weg
om te gaan naar een stad waar gewoond werd.
8 Dat zij danken de HEER om zijn vriendschap,
om zijn wonderen aan Adams zonen;
9 want hij heeft verzadigd de ziel die versmachtte,
de ziel die verhongerde vervuld met alle goed!
10 Die terneerzaten in duister en schaduw des doods,
in ellende en ijzer gekluisterd,
11 want zij hadden weerstreefd
die gezegden der Godheid,
het raadsplan des Hoogsten gehoond;
12 en hij verootmoedigde door veel moeite hun hart,
zij struikelden: en geen die hielp!
13 Zij schreeuwden in hun nood tot de HEER,
uit al wat hen benarde heeft hij hen bevrijd:
14 uit duister en schaduw des doods
deed hij hen uitgaan,
hun boeien scheurde hij los!
15 Dat zij danken de HEER om zijn vriendschap,
om zijn wonderen aan Adams zonen:
16 want deuren van brons, die verbrak hij,
verbrijzelde grendels van ijzer!
17 Dwazen werden
door hun weg van overschrijdingen,
door hun eigen wandaden gekweld:
18 alle eten: hun ziel gruwde ervan,
ze geraakten tot aan de poorten des doods.
19 Zij schreeuwden in hun nood tot de HEER,
uit al wat hen benarde heeft hij hen bevrijd:
20 hij zond zijn woord uit, hij genas hen,
deed aan de groeve hun leven ontkomen.
21 Dat zij danken de HEER om zijn vriendschap,
om zijn wonderen aan Adams zonen;
22 en offeren offers van dank,
zijn daden vertellen met jubel!
23 Die afdaalden, de zee over in schepen,
en deden werk tussen wateren vele,
24 zij hebben gezien de daden des HEREN,
zijn wonderen daarginds in de diepte;
25 hij zei het, liet aantreden een stormwind,
en die hief zijn golven omhoog;
26 zij klommen ten hemel,
daalden tot de oerkolken neer,
in dat kwaad wankelde hun ziel! -
27 zij waggelden, tolden rond als bezopen,
al hun wijsheid bleek versleten.
28 Zij schreeuwden in hun nood tot de HEER;
uit al wat hen benarde heeft hij hen geleid:
29 hij strafte de storm af tot die verstomde,
de golven zwegen stil;
30 wat een vreugde voor hen dat ze bedaarden
en hij hen voerde naar de haven van hun verlangen!
31 Dat zij danken de HEER om zijn vriendschap,
om zijn wonderen aan Adams zonen;
32 en in de vergadering der gemeente Hem verheffen,
in de zitting der oudsten Hem loven!
33 Hij maakt rivieren tot een woestijn,
wellen van water tot een kwelling van dorst! -
34 vruchtbaar land tot een zoutkorst,
om het kwaad van wie daarop wonen.
35 Hij maakt een woestijn tot een meer vol water,
dor land tot wellen van water!
36 Hongerlijders wijst hij daar een woonplaats,
zij stichten een stad waar wordt gewoond!
37 Bezaaien zij velden, planten zij wijngaarden:
die dragen vrucht, leveren opbrengst;
38 hij zegent hen en zij vermeerderen zeer,
en hun vee vermindert niet!
39 Anderen worden wel minder, zijgen gedeukt ineen
in de omklemming van kwaad en kommer,
40 als hij edelen overgiet met schande,
hen doet dwalen in een oerwoud zonder uitweg.
41 Maar wie arm is tilt hij op uit de ellende,
hij maakt families, talrijk als de kudde!
42 Zien oprechten dat, dan zijn ze verheugd,
en alle onheil sluit de mond;
43 wie wijs is, zal deze dingen bewaren,
begrijpen de bewijzen van vriendschap van de HEER!
We gaan staan voor het gloria
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon,
en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal,
wereld zonder eind. Amen.
Edward Bairstow (1874-1946)
We gaan zitten
EERSTE LEZING
Job 30: 15-26
15 Verschrikkingen storten zich over me uit,
mijn eer wordt weggevaagd als door de wind,
als een wolk vervliegt mijn aanzien.
16 Nu stroomt het leven uit mij weg,
ik ontsnap niet meer aan mijn ellende.
17 ’s Nachts jaagt Hij helse pijnen door mijn botten,
het bloed in mijn aderen komt niet tot rust.
18 Hij rukt met geweld aan mijn kleed,
omklemt mij met de kraag van mijn mantel.
19 Hij heeft me neergesmeten in het slijk
en ik ben als stof, als as geworden.
20 Ik roep U om hulp, maar U antwoordt niet;
ik sta voor U, maar U wilt mij niet zien.
21 U bent wreed voor mij geworden,
met al uw kracht hebt U zich tegen mij gekeerd.
22 U tilt me op en voert me mee op de wind,
uw woedende storm schudt mij heen en weer.
23 Ja, ik weet dat U mij naar de dood drijft,
naar het huis van samenkomst voor alle levenden.
24 Maar keert men zich tegen een mens in nood,
wanneer hij, de ondergang nabij, om hulp roept?
25 Heb ik niet gehuild om wie in nood verkeerde?
Had ik geen medelijden met de behoeftige?
26 Ik hoopte op het goede, maar het kwade kwam,
het licht verwachtte ik, maar de duisternis brak aan.
We gaan staan
MAGNIFICAT
My soul doth magnify the Lord. And my spirit hath rejoiced in God my Saviour.
For he hath regarded: the lowliness of his handmaiden:
For behold, from henceforth: all generations shall call me blessed.
For he that is mighty hath magnified me:
and holy is his Name.
And his mercy is on them that fear him: throughout all generations.
He hath shewed strength with his arm:
he hath scattered the proud in the imagination of their hearts.
He hath put down the mighty from their seat: and hath exalted the humble and meek.
He hath filled the hungry with good things:
and the rich he hath sent empty away.
He remembering his mercy hath holpen his servant Israel:
As he promised to our forefathers,
Abraham and his seed for ever.
Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Gost;
As it was in the beginning, is now, and ever shall be: world without end. Amen
Groot maakt mijn ziel de Heer, en mijn geest heeft zich verheugd om God mijn Redder.
Want Hij aanschouwde de nederigheid van zijn dienares:
ja zie, van nu af aan spreken alle geslachten mij zalig.
Want grote dingen heeft Hij mij gedaan
die machtig is, en heilig is Zijn naam.
En Zijn barmhartigheid is van nageslacht tot nageslacht, voor hen die Hem vrezen.
Hij heeft kracht getoond in Zijn arm,
en hoogmoedigen in de gedachte van hun hart verstrooid.
Hij stootte machtigen van hun zetel,
en nederigen heeft Hij verheven. Hongerigen heeft Hij met gaven vervuld,
en rijken heeft Hij leeg weggezonden.
Hij is Israel zijn dienaar te hulp geschoten,
zijn barmhartigheid gedenkend, Zoals Hij gesproken heeft tot onze vaderen,
Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen.
Belfast Canticles
Philip Stopford (geb. 1977)
We gaan zitten
TWEEDE LEZING
Marcus 4: 35-41
35 Aan het eind van die dag, toen het avond was geworden, zei Hij tegen hen: ‘Laten we het meer oversteken.’ 36 Ze lieten de menigte achter en namen Hem mee in de boot waarin Hij al zat, en voeren samen met de andere boten het meer op. 37 Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. 38 Maar Hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en riepen: ‘Meester, kan het U niet schelen dat we vergaan?’ 39 Toen Hij wakker geworden was, sprak Hij de wind bestraffend toe en zei tegen het water: ‘Zwijg! Wees stil!’ De wind ging liggen en het water kwam helemaal tot rust. 40 Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo angstig? Geloven jullie nog steeds niet?’ 41 Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het water Hem gehoorzamen?’
We gaan staan
NUNC DIMITTIS
Lord, now lettest thou thy servant depart in peace according to thy word.
For mine eyes have seen thy salvation,
Which thou hast prepared before the face of all people;
To be a light to lighten the Gentiles
and to be the glory of thy people Israel.
Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Gost; As it was in the beginning, is now, and ever shall be: world without end. Amen
Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan,
zoals u hebt beloofd.
Want met eigen ogen heb ik de redding gezien
die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken:
een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen
en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen.
Belfast Canticles
Philip Stopford (geb. 1977)
GELOOFSBELIJDENIS
We keren ons naar het kruis belijden samen
Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde.
En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heer;
Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria;
Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald in de hel;
ten derden dage opgestaan van de doden;
opgevaren naar de hemel, waar hij zetelt aan de rechterhand van God, de almachtige Vader;
vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heilige Geest.
de heilige, katholieke, Christelijke kerk, de gemeenschap van de heiligen;
de vergeving van zonden;
de wederopstanding van het lichaam;
en het eeuwige leven.
Amen.
We gaan zitten
GEBEDEN
De Heer zij met u.
En met uw geest.
Laat ons bidden.
Heer, ontferm u over ons.
Christus, ontferm u over ons.
Heer, ontferm u over ons.
Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van het kwade.
Want van U is het Koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.
O Heer, toon uw genade aan ons.
En schenk ons uw verlossing.
O Heer, bewaar onze leiders.
En hoor ons in genade als we roepen naar U.
Begiftig uw dienaren met gerechtigheid.
En geef uw volk vreugde.
O Heer, red uw kind’ren.
En zegen uw erfdeel.
Geef vrede in onze tijd, o Heer.
Want er is geen ander die voor ons strijdt, behalve U, o God.
Schep ons een zuiver hart, o God.
en neem niet Uw Heilige Geest van ons weg.
Gebed van de dag:
O God, de beschermer van allen die op U vertrouwen, zonder Wie niets sterk en niets heilig is: vermeerder en vermenigvuldig over ons Uw barmhartigheid; dat met U als onze heerser en gids wij zo door de tijdelijke dingen mogen gaan dat wij onze greep op de eeuwige dingen niet verliezen; Verleen dit, hemelse Vader, omwille van onze Heer Jezus Christus, die leeft en met u regeert, in de eenheid van de Heilige Geest, één God, nu en voor eeuwig. Amen.
Gebed voor vrede:
O God, uit wie alle heilige verlangens, alle goede raad, en alle rechtvaardige werken voortkomen; geef aan uw dienaren die vrede die de wereld niet kan geven; opdat zowel onze harten gericht mogen zijn om uw geboden te gehoorzamen, en ook dat wij door U, verdedigd tegen de vrees voor onze vijanden, onze tijd in rust en stilte mogen doorbrengen; door de verdiensten van Jezus Christus, onze Verlosser. Amen.
Gebed voor hulp tegen alle gevaren:
Verlicht onze duisternis, smeken wij u, o Heer; en verdedig ons door uw grote barmhartigheid tegen alle gevaren van deze nacht; omwille van uw enige Zoon, onze Verlosser, Jezus Christus. Amen.
William Byrd (1543-1623)
ANTHEM
Te lucis ante terminum,
rerum Creator, poscimus,
ut solita clementia,
sis praesul ad custodiam.
Procul recedant somnia,
et noctium phantasmata:
hostemque nostrum comprime,
ne polluantur corpora.
Praesta, Pater omnipotens,
per Iesum Christum Dominum,
qui tecum in perpetuum
regnat cum Sancto Spiritu.
Amen.
Vóór het einde van de dag,
vragen wij U, Schepper van alles,
dat Gij in Uw vertrouwde goedheid
ons behoeden wilt.
Laat dromen ver van ons zijn,
en nachtelijke verschijningen:
onderdruk onze vijand,
opdat onze lichamen rein blijven.
Schenk ons dit, almachtige Vader,
door Jezus Christus, onze Heer,
die met U in eeuwigheid regeert,
samen met de Heilige Geest.
Amen.
Tekst: Ambrosius van Milaan (339-397)
Henry Balfour Gardiner (1877-1950)
VOORBEDEN
Steeds beantwoord door:
Amen.
We gaan staan voor de slot-hymne
HYMNE
How shall I sing that majesty

2. Daar stralen allen in uw licht, maar ik zoek naar uw spoor.
Daar staat men voor uw aangezicht, terwijl ik U slechts hoor.
Zij zingen, want gij zijt hun Zon,
ach, ving ik maar één straal.
Dan werd ook mijn lied tot uw troon,
zolang ik adem haal.
3. Wanneer geloof mijn hart verlicht,
een liefdesvuur het vult,
dan deel ik even in dat koor,
in hemels licht gehuld.
Maar ik vrees kil en koud te zijn
ondanks mijn vurig lied.
Gij, die puur goud geschonken krijgt,
tel ook wat ik u bied.
4. Wat zijt gij groot, o Levende,
wie alles toebehoort.
U kennen laat mij delen in
dit hemelse akkoord.
Gij, oeverloze oceaan,
en hemelsbrede zon,
Gij, God van altijd, overal,
die ook mijn hart bewoont.
Tekst: Sytze de Vries (1945) naar John Mason (1645-1694)
Ken Naylor (1931-1991) - COE FEN
AVONDGEBED
Heer, blijf bij ons, want het is avond
en de nacht zal komen.
Blijf bij ons en bij uw ganse Kerk
aan de avond van de dag,
aan de avond van het leven,
aan de avond van de wereld.
Blijf bij ons
met uw genade en goedheid,
met uw troost en zegen,
met uw woord en sacrament.
Blijf bij ons
wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en van angst,
de nacht van twijfel en aanvechting,
de nacht van de strenge, bittere dood.
Blijf bij ons
in leven en in sterven,
in tijd en eeuwigheid. Amen.
Maarten Luther (1483-1546)
We blijven staan als het koor de kerk verlaat
We gaan zitten
ORGEL POSTLUDE
Eventide (Abide with me)
C. Hubert H. Parry (1848-1918)
Volgende dienst in de Lutherse Kerk:
Zondag 23 juni - 10.00 uur
In het licht van de geboortedag van Johannes de Doper (24 juni)
Voorganger: dr. T. van Willigenburg