Liturgie

21 maart 2026 - 18:30

Veertigdagentijd

WELKOM BIJ DEZE EVENSONG 

Dank voor uw aanwezigheid hier, vandaag, met ons. 
 
De Evensong is het gezongen Avondgebed, zoals vormgegeven in de Engelse Reformatie sinds 1549. Dagelijks wordt de Evensong gezongen in Anglicaanse kerken, kathedralen en colleges. Centraal staat het psalmreciet, zoals in de kloosterlijke getijden-gebeden, naast het gezongen Magnificat (de lofzang van Maria) uit de Vespers en het Nunc Dimittis (de lofzang van Simeon) uit de kloosterlijke Completen (het laatste gebed voor de nacht). 
 
Muziek draagt tijdens de Evensong de lofprijzing en het gebed, afgewisseld door de Schriftlezingen passend bij de daaropvolgende zondag of feestdag. 
 
U wordt uitgenodigd de dikgedrukte onderdelen in de liturgie mee te spreken of te zingen. 
 
Bewaar vooraf, tijdens en na de dienst alstublieft rust en stilte. Wanneer er in de liturgie een aanwijzing is wat betreft het staan en zitten, wordt u verzocht dit rustig en zonder haast te doen. Wacht na de lezingen met staan tot het moment dat het koor gaat staan. 
 
Wij verzoeken u uw telefoon op stil te zetten en uitsluitend te gebruiken voor de digitale liturgie. 
 
Probeert u zich in voorbereiding op de dienst op God te richten middels stilte en gebed. 
Wij wensen u een gezegende dienst.

ORGEL PRELUDE 

 

INTROITUS 

Christe, adoramus te,  
et benedicimus tibi,  
quia per tuam sanctam crucem  
redemisti mundum.  
Miserere nobis. 
 
Christus, wij aanbidden U,  
en zegenen U,  
omdat Gij door uw heilig kruis  
de wereld verlost hebt.  
Ontferm u over ons.
 
 

Tekst: Franciscus van Assisi (1182-1226) 

Claudio Monteverdi (1567-1643)  

 
We gaan staan 
 

HYMNE 

When I survey the wondrous cross  

 
Allen: 
When I survey the wondrous cross 
Koor: 
2. Bewaar mij dat ik roemen zou  
dan in mijn Heren Christus dood.  
Al wat ik anders noemen zou 
is niets bij dit mysterie groot.
 
 
Allen: 
3. O angst en liefde, ondereen  
vermengd als water en als bloed,  
zij wijzen naar het wonder heen  
van Hem die op de aarde boet.
 
 
Koor: 
4. Het rode bloed, zijn koningskleed  
bedekt het schandelijke kruis,  
dat wordt door alles wat Hij leed  
de levensboom van ‘t paradijs.
 
 
Allen: 
5. En door zijn dood en door zijn bloed  
is nu de wereld dood voor mij.  
Ik ben gestorven, maar voor goed  
van heel de dode wereld vrij.
 
 
6. De aarde zelf is veel te klein  
voor wie U waarlijk loven wil.  
Uw liefde is een groot geheim,  
zij vraagt geheel mijn hart en ziel.
 
 

Tekst: Willem Barnard (1920-2010) naar Isaac Watts (1674-1748) 

Edward Miller (1731-1807) - Rockingham 

 

OPENINGSGEBED 

O Heer, open onze lippen. 
En onze mond zal zingen uw lof. 
O God, maak haast en red ons. 
O Heer, kom haastig te hulp. 
 
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest; 
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen. 
Prijs nu de Heer. 
De Heer zij geprezen. 
 

Herbert Sumsion (1928-1967) 

 
We gaan zitten 
 

WELKOM 

 

PSALM 130 

1 Uit de diepten heb ik geroepen tot U, o Heer: 
2 Heer, hoor naar mijn stem! 
mogen uw oren wezen vol aandacht voor mijn stem, 
mijn smeken om genade! 
3 Als gij, Heer, ongerechtigheden blijft gedenken, 
mijn Heer, wie zal bestaan? 
4 Maar bij U is vergeving, 
want zo wilt gij gevreesd zijn! 
5 Ik hoop op de Heer, vol hoop is mijn ziel, 
ik verbeid zijn woord. 
6 Mijn ziel verwacht de Heer, 
meer dan wachters op de morgen, wachters op de morgen! 
7 O Israël, hoop op de Heer, want bij de Heer is genade, 
bij hem is verlossing, overvloedig. 
8 Hij is het die Israël verlost van al zijn ongerechtigheden! 
 
We gaan staan voor het gloria 
 
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, 
en aan de Heilige Geest; 
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, 
wereld zonder eind. Amen. 
 

Charles Macpherson (1870-1927) 

 
We gaan zitten 
 

EERSTE LEZING 

Exodus 37: 1-14 
 
De eerste lezing is uit Exodus 37: 1-14. 
 
Ik werd opnieuw door de hand van de HEER gegrepen. Zijn geest voerde mij mee en Hij zette mij neer in een dal vol beenderen. 2 Ik moest er aan alle kanten omheen lopen, en zo zag ik dat er verspreid over het dal heel veel beenderen lagen, die helemaal waren uitgedroogd. 3 De HEER vroeg mij: ‘Mensenkind, kunnen deze beenderen weer tot leven komen?’ Ik antwoordde: ‘HEER, mijn God, dat weet U alleen.’ 4 Toen zei Hij: ‘Profeteer, en zeg tegen deze beenderen: “Dorre beenderen, luister naar de woorden van de HEER! 5 Dit zegt God, de HEER: Beenderen, Ik ga jullie adem geven zodat jullie tot leven komen. 6 Ik zal jullie pezen geven, vlees op jullie laten groeien en jullie met huid overtrekken. Ik zal jullie adem geven zodat jullie tot leven komen. Dan zullen jullie beseffen dat Ik de HEER ben.”’ 
7 Ik profeteerde zoals mij was opgedragen. Zodra ik dat deed hoorde ik een geluid, er klonk een geruis van botten die naar elkaar toe bewogen en zich aaneenvoegden. 8 Ik zag pezen zich aanhechten en vlees groeien, ik zag hoe er huid over de botten heen trok, maar ademen deden ze nog niet. 9 Toen zei Hij tegen mij: ‘Profeteer tegen de wind, profeteer, mensenkind, en zeg tegen de wind: “Dit zegt God, de HEER: Kom uit de vier windstreken, wind, en blaas in deze doden, zodat ze weer gaan leven.”’ 10 Ik profeteerde zoals Hij mij gezegd had, en de lichamen werden met adem gevuld. Ze kwamen tot leven en gingen op hun voeten staan: een onafzienbare menigte. 
11 En Hij zei tegen mij: ‘Mensenkind, deze beenderen zijn het volk van Israël. Het zegt: “Onze botten zijn verdord, onze hoop is vervlogen, onze levensdraad is afgesneden.” 12 Profeteer daarom en zeg tegen hen: “Dit zegt God, de HEER: Mijn volk, Ik zal jullie graven openen, Ik laat jullie uit je graven komen en Ik zal jullie naar het land van Israël brengen. 13 Mijn volk, als Ik je graven open en jullie uit je graven laat komen, zullen jullie beseffen dat Ik de HEER ben. 14 Ik zal jullie mijn adem geven zodat jullie weer tot leven komen, Ik zal jullie in je eigen land laten wonen, en jullie zullen beseffen dat Ik de HEER ben. Wat Ik gezegd heb, zal Ik doen – zo spreekt de HEER.”’ 
 
Hier eindigt de eerste lezing. 
 
We gaan staan 
 

MAGNIFICAT 

My soul doth magnify the Lord. 
And my spirit hath rejoiced in God my Saviour. 
For He hath regarded the lowliness of his handmaiden. 
For behold, from henceforth all generations shall call me blessed. 
For He that is mighty hath magnified me. 
And holy is His Name. 
 
And His mercy is on them that fear Him throughout all generations. 
He hath shewed strength with His arm. 
He hath scattered the proud in the imagination of their hearts. 
He hath put down the mighty from their seat and hath exalted the humble and meek. 
He hath filled the hungry with good things, 
and the rich He hath sent empty away. 
He, remembering His mercy, hath holpen His servant Israel. 
As He promised to our forefathers,  
Abraham and his seed for ever. 
 
Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Gost;  
as it was in the beginning, is now, and ever shall be, world without end.  
Amen.  
 
Mijn ziel maakt groot de Heer, 
en mijn geest heeft zich verheugd om God mijn Zaligmaker. 
Want Hij aanschouwde de nederigheid van zijn dienares. 
Want zie, van nu af aan zullen alle geslachten mij zalig spreken. 
Want Hij Die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan. 
En heilig is Zijn Naam. 
 
En Zijn barmhartigheid is van nageslacht tot nageslacht, 
voor hen die Hem vrezen. 
Hij heeft kracht getoond met Zijn arm. 
Hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart, verstrooid. 
Hij heeft machtigen van de troon gestoten, en nederigen heeft Hij verhoogd. 
Hongerigen heeft Hij met gaven vervuld, 
en rijken heeft Hij leeg weggezonden. 
Hij is Israël zijn dienaar te hulp geschoten, zijn barmhartigheid gedenkend. 
Zoals Hij beloofd heeft aan onze vaderen, 
Abraham en zijn zaad in eeuwigheid. 
 
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest; 
zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind.  
Amen.
 
 

Canticles in A 

Herbert Sumsion (1928-1967) 

 
We gaan zitten 
 

TWEEDE LEZING 

Johannes 11: 1-44 
 
De tweede lezing is uit Johannes 11: 1-44. 
 
Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp waar Maria en haar zus Marta woonden – 2 dat was de Maria die Jezus met olie gezalfd heeft en zijn voeten met haar haar heeft afgedroogd; de zieke Lazarus was haar broer. 3 De zussen stuurden iemand naar Jezus met de boodschap: ‘Heer, uw vriend is ziek.’ 4 Toen Jezus dit hoorde zei Hij: ‘Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de Zoon van God geëerd zal worden.’ 5 Jezus hield veel van Marta en haar zus, en van Lazarus. 6 Maar toen Hij gehoord had dat Lazarus ziek was, bleef Hij toch nog twee dagen waar Hij was. 7 Daarna zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Laten we teruggaan naar Judea.’ 8 ‘Maar rabbi,’ protesteerden de leerlingen, ‘de Joden wilden U stenigen, en nu wilt U daar toch weer naartoe?’ 9 Jezus zei: ‘Telt een dag niet twaalf uren? Wie overdag loopt, struikelt niet, want hij ziet het licht van deze wereld, 10 maar wie ’s nachts loopt, struikelt doordat hij geen licht heeft.’ 11 Nadat Hij dat gezegd had zei Hij: ‘Onze vriend Lazarus is ingeslapen, Ik ga hem wakker maken.’ 12 De leerlingen zeiden: ‘Als hij slaapt, zal hij wel beter worden, Heer.’ 13 Zij dachten dat Hij het over slapen had, terwijl Jezus bedoelde dat hij gestorven was. 14 Toen zei Hij hun ronduit: ‘Lazarus is gestorven, 15 en om jullie ben Ik blij dat Ik er niet bij was: nu kunnen jullie tot geloof komen. Laten we dan nu naar hem toe gaan.’ 16 Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’) zei tegen de anderen: ‘Laten ook wij maar gaan, om met Hem te sterven.’ 
17 Toen Jezus daar aankwam, hoorde Hij dat Lazarus al vier dagen in het graf lag. 18 Betanië ligt dicht bij Jeruzalem, op een afstand van ongeveer vijftien stadie, 19 en er waren dan ook veel Joden naar Marta en Maria gekomen om hen te troosten nu hun broer gestorven was. 20 Toen Marta hoorde dat Jezus onderweg was ging ze Hem tegemoet, terwijl Maria thuisbleef. 21 Marta zei tegen Jezus: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. 22 Maar zelfs nu weet ik dat God U alles zal geven wat U vraagt.’ 23 Jezus zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ 24 ‘Ja,’ zei Marta, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’ 25 Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, 26 en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’ 27 ‘Ja, Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat U de messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen.’ 
28 Na deze woorden ging ze terug, ze nam haar zus Maria apart en zei: ‘De meester is er, en Hij vraagt naar je.’ 29 Zodra Maria dit hoorde ging ze naar Jezus toe, 30 die nog niet in het dorp was, maar op de plek waar Marta Hem tegemoet was gekomen. 31 Toen de Joden die bij haar in huis waren om haar te troosten, Maria zo haastig zagen weggaan, liepen ze achter haar aan, want ze dachten dat ze naar het graf ging om daar te weeklagen. 
32 Zodra Maria op de plek kwam waar Jezus was en Hem zag, viel ze aan zijn voeten neer. Ze zei: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn!’ 33 Jezus zag hoe zij en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en Hij ergerde zich. Diep bewogen 34 vroeg Hij: ‘Waar hebben jullie hem neergelegd?’ Ze zeiden: ‘Kom maar kijken, Heer.’ 35 Jezus begon te huilen, 36 en de Joden zeiden: ‘Wat heeft Hij veel van hem gehouden!’ 37 Maar er werd ook gezegd: ‘Hij heeft de ogen van een blinde geopend, Hij had nu toch ook de dood van Lazarus kunnen voorkomen?’ 38 Weer ergerde Jezus zich. Hij liep naar het graf, een spelonk met een steen voor de opening. 39 Hij zei: ‘Haal de steen weg.’ Marta, de zus van de dode, zei: ‘Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!’ 40 Jezus zei tegen haar: ‘Ik heb je toch gezegd dat je Gods grootheid zult zien als je gelooft?’ 41 Toen haalden ze de steen weg. Daarop keek Hij omhoog en zei: ‘Vader, Ik dank U dat U Mij hebt verhoord. 42 U verhoort Mij altijd, dat weet Ik, maar Ik zeg dit ter wille van al deze mensen hier, opdat ze zullen geloven dat U Mij gezonden hebt.’ 43 Daarna riep Hij luid: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ 44 De dode kwam tevoorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. Jezus zei tegen de omstanders: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’ 
 
Hier eindigt de tweede lezing. 
 
We gaan staan 
 

NUNC DIMITTIS 

Lord, now lettest Thou Thy  
servant depart in peace, 
according to Thy word. 
For mine eyes have seen Thy  
salvation, 
Which Thou hast prepared  
before the face of all people; 
To be a light to lighten the Gentiles  
and to be the glory of Thy people Israel. 
 
Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Gost;  
As it was in the beginning, is now, and ever shall be, world without end. Amen. 
 
Nu laat U, Heer, uw dienaarin vrede heengaan, 
volgens Uw woord. 
Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, 
die U bereid hebt voor de ogen van alle volken, 
een licht om de heidenen te verlichten 
en om Uw volk Israël te verheerlijken. 
 
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest; 
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen.
 
 

Canticles in A 

Herbert Sumsion (1928-1967) 

 

GELOOFSBELIJDENIS 

We keren ons naar het kruis en belijden samen 
 
Ik geloof in God de Vader,  
de Almachtige,  
Schepper van hemel en aarde.  
En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heer;  
Die ontvangen is van de Heilige Geest,  
geboren uit de maagd Maria;  
Die geleden heeft onder Pontius Pilatus,  
is gekruisigd, gestorven en begraven,  
nedergedaald in de hel;  
ten derden dage opgestaan van de doden;  
opgevaren naar de hemel,  
waar hij zetelt aan de rechterhand van God, de almachtige Vader;  
vanwaar Hij komen zal om te oordelen  
de levenden en de doden.  
Ik geloof in de Heilige Geest, 
de heilige katholieke kerk,  
de gemeenschap der heiligen;  
de vergeving van zonden;  
de wederopstanding van het lichaam;  
en een eeuwig leven.  
Amen.
 
 
We gaan zitten 
 

GEBEDEN 

De Heer zij met u. 
En met uw geest. 
Laat ons bidden. 
 
Heer, ontferm u over ons.  
Christus, ontferm u over ons. 
Heer, ontferm u over ons. 
 
Onze Vader  
die in de hemelen zijt, 
uw naam worde geheiligd; 
uw Koninkrijk kome;  
uw wil geschiede,  
gelijk in de hemel, alzo ook op aarde. 
Geef ons heden ons dagelijks brood;  
en vergeef ons onze schulden,  
zoals ook wij vergeven onze schuldenaren;  
en leid ons niet in verzoeking,  
maar verlos ons van het kwade. 
Want van U is het Koninkrijk,  
de kracht en de heerlijkheid  
in eeuwigheid.
 
Amen. 
 
O Heer, toon uw genade aan ons.  
En schenk ons uw verlossing. 
Begiftig uw dienaren met gerechtigheid. 
En geef uw volk vreugde. 
 
O Heer, red uw kind’ren. 
En zegen uw erfdeel. 
Geef vrede in onze tijd, o Heer. 
Want er is geen ander die voor ons strijdt, behalve U, o God. 
 
Schep ons een zuiver hart, o God. 
En neem niet Uw Heilige Geest van ons weg. 
 

Gebeden van de dag 

Almachtige en eeuwige God, die niets haat van wat Gij geschapen hebt en de zonden vergeeft van allen die berouw tonen; schep en maak in ons een nieuw en berouwvol hart, opdat wij, onze zonden waardig betreurend en onze ellendigheid erkennend, van U, de God van alle barmhartigheid, volkomen vergeving en kwijtschelding mogen verkrijgen; door Jezus Christus, onze Heer. Amen. 
 
Barmhartige God, die door de dood en verrijzenis van uw Zoon Jezus Christus de wereld hebt bevrijd en gered: geef dat wij door het geloof in Hem die aan het kruis heeft geleden, mogen zegevieren in de kracht van zijn overwinning; door Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer, die leeft en met U regeert, in de eenheid van de Heilige Geest, één God, nu en voor altijd. Amen. 
 

Gebed voor vrede 

O God, uit wie alle heilige verlangens, alle goede raad, en alle rechtvaardige werken voortkomen; geef aan uw dienaren die vrede die de wereld niet kan geven; opdat zowel onze harten gericht mogen zijn om uw geboden te gehoorzamen, en ook dat wij door U, verdedigd tegen de vrees voor onze vijanden, onze tijd in rust en stilte mogen doorbrengen; door de verdiensten van Jezus Christus, onze Verlosser. Amen
 

Gebed voor hulp tegen alle gevaren 

Verlicht onze duisternis, smeken wij u, o Heer; en verdedig ons door uw grote barmhartigheid tegen alle gevaren van deze nacht; omwille van uw enige Zoon, onze Verlosser, Jezus Christus. Amen
 

Herbert Sumsion (1928-1967) 

 

ANTHEM 

Wash me throughly from my wickedness,  
and forgive me all my sin,  
For I acknowledge my faults, my faults.  
Wash me throughly from my wickedness,  
and forgive me all my sin,  
and forgive me all my sin. 
 
Was mij door en door van mijn goddeloosheid,  
en vergeef mij al mijn zonden,  
want ik erken mijn fouten, mijn gebreken.  
Was mij door en door van mijn boosheid,  
en vergeef mij al mijn zonden,  
en vergeef mij al mijn zonden.
 
 

Tekst: Psalm 51: 4-5 

Samuel Sebastian Wesley (1810-1876) 

 

VOORBEDEN 

 
Steeds beantwoord door: 
Amen. 
 
We gaan staan voor de hymne 
 

HYMNE 

According to Thy gracious word 

 
Koor: 
Op grond van Uw genadig woord.jpg 
Allen:  
2. Uw lichaam, als gebroken voor mij  
Mijn hemels brood zijt Gij  
Uw beker van ‘t verbond neem ik aan  
‘k Gedenk Uw heil’ge Naam.
 
 
Koor: 
3. Getsemané, dat ik niet vergeet  
Uw lijden en bloedig zweet!  
De helse strijd hebt U ondergaan  
Hoe denk ik niet daaraan?
 
 
Allen: 
4. Wanneer mijn ogen zien op Uw kruis  
En rusten op Golgotha  
O Lam Gods, door Uw offer mijn thuis  
Moet ik aan U denken, ja!  
 
5. Ik denk aan U in al Uw pijn  
En liefde zo diep voor mij  
Zolang mijn adem en polsslag er zijn  
Zal mijn denken aan U zijn. 
 
6. En als mijn stem verstommen zal  
Mijn geest het niet meer weet  
O Heer, Gedenk mij dan vooral  
Wanneer Gij Uw rijk betreedt.
 
 

Tekst: Margreet Bunt (1974) naar James Montgomery (1771-1854) 

William Tan‘sur (1700-1783) - Bangor 

 

GEBED 

De Heer zij met u. 
En met uw geest. 
De Heer geev' ons zijn vrede. 
En eeuwig leven. Amen. 
 
We blijven staan als het koor de kerk verlaat 
 
We gaan zitten 
 

ORGEL POSTLUDE

Volgende Evensong:

18 april 2026 - 18:30

Lutherse Kerk Apeldoorn

Wij hopen dat u een goede Evensong hebt gehad. 

Er is een collecte bij de uitgang van de kerk. Met uw gift helpt u de kosten van deze Evensong te dekken en deze diensten voort te zetten. Uw financiële steun wordt bijzonder op prijs gesteld. 
 
U kunt op de volgende manieren een gift geven: 

  • contant 
  • via onderstaande knop 
  • via bankrekening van Alexander Bunt NL86 INGB 0004 1201 96, onder vermelding van ‘Gift Evensong Apeldoorn’