WELKOM BIJ DEZE EVENSONG
Dank voor uw aanwezigheid hier, vandaag, met ons.
De Evensong is het gezongen Avondgebed, zoals vormgegeven in de Engelse Reformatie sinds 1549. Dagelijks wordt de Evensong gezongen in Anglicaanse kerken, kathedralen en colleges. Centraal staat het psalmreciet, zoals in de kloosterlijke getijden-gebeden, naast het gezongen Magnificat (de lofzang van Maria) uit de Vespers en het Nunc Dimittis (de lofzang van Simeon) uit de kloosterlijke Completen (het laatste gebed voor de nacht).
Muziek draagt tijdens de Evensong de lofprijzing en het gebed, afgewisseld door de Schriftlezingen passend bij de daaropvolgende zondag of feestdag.
U wordt uitgenodigd de dikgedrukte onderdelen in de liturgie mee te spreken of te zingen.
Bewaar vooraf, tijdens en na de dienst alstublieft rust en stilte. Wanneer er in de liturgie een aanwijzing is wat betreft het staan en zitten, wordt u verzocht dit rustig en zonder haast te doen. Wacht na de lezingen met staan tot het moment dat het koor gaat staan.
Wij verzoeken u uw telefoon op stil te zetten en uitsluitend te gebruiken voor de digitale liturgie.
Probeert u zich in voorbereiding op de dienst op God te richten middels stilte en gebed.
Wij wensen u een gezegende dienst.
ORGEL PRELUDE
INTROITUS
Dum transisset Sabbatum,
Maria Magdalene et Maria Jacobi et Salome
emerunt aromata ut venientes ungerent Iesum.
Alleluia.
Toen de sabbat voorbij was,
kochten Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome
specerijen om Jezus te komen zalven.
Halleluja.
Tekst: Evangelist Marcus (gest. 68 n. Chr.)
We gaan staan
HYMNE
O Jesus, I have promised
Allen:
Koor:
2. O, laat m’Uw bijzijn voelen,
En ban de wereld uit,
Die soms met gouden strikken,
Mijn arme ziel omsluit.
Hoe sterk is de verzoeking.
Soms door der zonde kracht,
Maar Heer, kom Gij steeds nader
Breek Gij der zonde macht!
Allen:
3. O, laat m’ Uw stem toch horen
Op klare toon, en stil
De stormen van mijn zinnen,
Mijn boze eigen wil.
O, spreek, opdat ik dankend,
Vertrouwend voor U kniel;
O, spreek, en doe mij luist’ren.
Gij hoeder van mijn ziel!
4. Gij hebt beloofd, o Jezus
Dat al Uw dienaars rein,
Verheerlijkt en in glorie,
Eens bij U zullen zijn!
En ik beloofd’ U, Jezus!
Te dienen nu voortaan,
Bekwaam mij dan, mijn Meester,
Steeds achter U te gaan!
Tekst: John E. Bode (1816-1874)
OPENINGSGEBED
O Heer, open onze lippen.
En onze mond zal zingen uw lof.
O God, maak haast en red ons.
O Heer, kom haastig te hulp.
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen.
Prijs nu de Heer.
De Heer zij geprezen.
We gaan zitten
WELKOM
PSALM 116
1 Hem heb ik lief, want de Heer, wil horen
mijn stem, mijn smeken om genade.
2 Ja, hij heeft zijn oor tot mij geneigd!
daarom zal ik hem roepen al mijn dagen.
3 Banden des doods hadden mij omvangen,
de beklemming der hel wist mij te vinden,
ik ondervond verdriet en benauwing;
4 de naam van de Heer riep ik aan:
Ach Heer, laat mijn ziel ontkomen!
5 Genadig is de Heer en rechtvaardig,
onze God, hij is vol erbarmen:
6 weerlozen wil de Heer bewaren,
ik kon niets meer: hij bracht mij bevrijding!
7 Keer nu, mijn ziel, terug tot je plaatsen van rust,
want de Heer heeft het voor je volbracht!
8 Ja gij, Heer, hebt mijn ziel ontzet uit de dood,
de tranen gewist van mijn ogen, voor aanstoot mijn voeten behoed.
9 Ik mag omgaan voor het aanschijn des Heeren
in de landen van wie leven!
10 Ik heb geloofd, zelfs toen ik sprak:
Ik ben al te zeer vernederd!
11 Ik heb in mijn verwarring gezegd:
Heel het mensdom is bedrog!
12 Hoe kan ik terugdoen aan de Heer
al wat hij voor mij heeft volbracht?
13 De kelk der bevrijdingen, die hef ik op,
de naam des Heeren roep ik aan!
14 Mijn geloften aan de Heer, die volbreng ik,
tegenover heel zijn gemeente!
15 Kostbaar in de ogen des Heeren
is de dood van één van zijn geliefden.
16 Ach Heer, ik ben toch uw dienaar,
ik ben uw dienaar, zoon van uw dienstmaagd:
geopend hebt gij mijn boeien!
17 Aan U zal ik offeren een offer van dank,
de naam van de Heer roep ik aan!
18 Mijn geloften aan de Heer,
die volbreng ik tegenover heel zijn gemeente,
19 in de voorhoven van het huis van de Heer,
in jouw midden, o Jeruzalem! Alleluia!
We gaan staan voor het gloria
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon,
en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal,
wereld zonder eind. Amen.
We gaan zitten
EERSTE LEZING
Jesaja 43: 1-12
De eerste lezing is uit Jesaja 43: 1-12.
1 Welnu, dit zegt de HEER,
die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël:
Wees niet bang, want Ik zal je vrijkopen,
Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij!
2 Moet je door het water gaan – Ik ben bij je;
of door rivieren – je wordt niet meegesleurd.
Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren,
de vlammen zullen je niet verschroeien.
3 Want Ik, de HEER, ben je God,
de Heilige van Israël, je redder.
Voor jou geef Ik Egypte als losgeld,
Nubië en Seba ruil Ik in tegen jou.
4 Jij bent zo kostbaar in mijn ogen,
zo waardevol, en Ik houd zo veel van je
dat Ik de mensheid geef in ruil voor jou,
ja alle volken om jou te behouden.
5 Wees niet bang, want Ik ben bij je.
Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug,
uit het westen breng Ik jullie bijeen.
6 Tegen het noorden zeg Ik: Geef hier!
Het zuiden gebied Ik: Laat los!
Breng mijn zonen terug van verre,
mijn dochters van de einden der aarde,
7 allen over wie mijn naam is uitgeroepen,
en die Ik omwille van mijn majesteit
geschapen heb, gemaakt en gevormd.
8 Laat dit volk naar voren treden,
een blind volk, ook al heeft het ogen,
doof, ook al heeft het oren.
9 Alle volken zullen zich verzamelen,
alle naties komen bijeen.
Wie van hun goden heeft aangekondigd
wat eertijds nog te gebeuren stond?
Laten zij getuigen leveren om hun gelijk te bewijzen,
opdat ieder die hen hoort zal zeggen: ‘Het is zo!’
10 Mijn getuige zijn jullie – spreekt de HEER –,
mijn dienaar, die Ik uitgekozen heb
opdat jullie Mij zouden kennen en vertrouwen,
en zouden inzien dat Ik het ben.
Vóór Mij is er geen god gevormd,
en na Mij zal er geen zijn.
11 Ik, Ik ben de HEER!
Buiten Mij is er niemand die redt.
12 Ik heb redding aangekondigd en redding gebracht,
jullie hoorden het van Mij, niet van een vreemde.
Jullie zijn mijn getuige – spreekt de HEER –,
dat Ik alleen God ben.
Hier eindigt de eerste lezing.
We gaan staan
MAGNIFICAT
My soul doth magnify the Lord.
And my spirit hath rejoiced in God my Saviour.
For He hath regarded the lowliness of his handmaiden.
For behold, from henceforth all generations shall call me blessed.
For He that is mighty hath magnified me.
And holy is His Name.
And His mercy is on them that fear Him throughout all generations.
He hath shewed strength with His arm.
He hath scattered the proud in the imagination of their hearts.
He hath put down the mighty from their seat and hath exalted the humble and meek.
He hath filled the hungry with good things,
and the rich He hath sent empty away.
He, remembering His mercy, hath holpen His servant Israel.
As He promised to our forefathers,
Abraham and his seed for ever.
Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Gost;
as it was in the beginning, is now, and ever shall be, world without end.
Amen.
Mijn ziel maakt groot de Heer,
en mijn geest heeft zich verheugd om God mijn Zaligmaker.
Want Hij aanschouwde de nederigheid van zijn dienares.
Want zie, van nu af aan zullen alle geslachten mij zalig spreken.
Want Hij Die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan.
En heilig is Zijn Naam.
En Zijn barmhartigheid is van nageslacht tot nageslacht,
voor hen die Hem vrezen.
Hij heeft kracht getoond met Zijn arm.
Hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart, verstrooid.
Hij heeft machtigen van de troon gestoten, en nederigen heeft Hij verhoogd.
Hongerigen heeft Hij met gaven vervuld,
en rijken heeft Hij leeg weggezonden.
Hij is Israël zijn dienaar te hulp geschoten, zijn barmhartigheid gedenkend.
Zoals Hij beloofd heeft aan onze vaderen,
Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind.
Amen.
Collegium Regale
We gaan zitten
TWEEDE LEZING
Johannes 21: 1-14
De tweede lezing is uit Johannes 21: 1-14.
1 Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. 2 Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. 3 Simon Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets. 4 Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever. Maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. 5 Hij riep: ‘Hebben jullie iets te eten, jongens?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. 6 ‘Gooi het net uit aan de rechterkant van het schip,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit, en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. 7 De leerling van wie Jezus veel hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, deed hij zijn bovenkleed aan – want hij was nauwelijks gekleed – en sprong in het water. 8 De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el. 9 Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood. 10 Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie daarnet gevangen hebben.’ 11 Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet. 12 Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de Heer was. 13 Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en Hij gaf hun ook vis. 14 Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat Hij uit de dood was opgestaan.
Hier eindigt de tweede lezing.
We gaan staan
NUNC DIMITTIS
Lord, now lettest Thou Thy
servant depart in peace,
according to Thy word.
For mine eyes have seen Thy salvation,
Which Thou hast prepared
before the face of all people;
To be a light to lighten the Gentiles
and to be the glory of Thy people Israel.
Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Gost;
As it was in the beginning, is now, and ever shall be, world without end. Amen.
Nu laat U, Heer, uw dienaarin vrede heengaan,
volgens Uw woord.
Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,
die U bereid hebt voor de ogen van alle volken,
een licht om de heidenen te verlichten
en om Uw volk Israël te verheerlijken.
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in het begin, nu is, en altijd zijn zal, wereld zonder eind. Amen.
Collegium Regale
GELOOFSBELIJDENIS
We keren ons naar het kruis en belijden samen
Ik geloof in God de Vader,
de Almachtige,
Schepper van hemel en aarde.
En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heer;
Die ontvangen is van de Heilige Geest,
geboren uit de maagd Maria;
Die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
is gekruisigd, gestorven en begraven,
nedergedaald in de hel;
ten derden dage opgestaan van de doden;
opgevaren naar de hemel,
waar hij zetelt aan de rechterhand van God, de almachtige Vader;
vanwaar Hij komen zal om te oordelen
de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heilige Geest,
de heilige katholieke kerk,
de gemeenschap der heiligen;
de vergeving van zonden;
de wederopstanding van het lichaam;
en een eeuwig leven.
Amen.
We gaan zitten
GEBEDEN
De Heer zij met u.
En met uw geest.
Laat ons bidden.
Heer, ontferm u over ons.
Christus, ontferm u over ons.
Heer, ontferm u over ons.
Onze Vader
die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome;
uw wil geschiede,
gelijk in de hemel, alzo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van het kwade.
Want van U is het Koninkrijk,
de kracht en de heerlijkheid
in eeuwigheid.
Amen.
O Heer, toon uw genade aan ons.
En schenk ons uw verlossing.
Begiftig uw dienaren met gerechtigheid.
En geef uw volk vreugde.
O Heer, red uw kind’ren.
En zegen uw erfdeel.
Geef vrede in onze tijd, o Heer.
Want er is geen ander die voor ons strijdt, behalve U, o God.
Schep ons een zuiver hart, o God.
En neem niet Uw Heilige Geest van ons weg.
Gebed van de dag
Almachtige God, die Uw enige Zoon hebt gegeven om voor ons zowel een zoenoffer voor de zonde te zijn als een voorbeeld van een godvruchtig leven; schenk ons de genade dat wij dit onschatbare geschenk altijd met grote dankbaarheid mogen aanvaarden, en dat wij ons dagelijks mogen inspannen om de gezegende voetstappen van Zijn allerheiligste leven te volgen; door Jezus Christus, onze Heer. Amen.
Gebed voor vrede
O God, uit wie alle heilige verlangens, alle goede raad, en alle rechtvaardige werken voortkomen; geef aan uw dienaren die vrede die de wereld niet kan geven; opdat zowel onze harten gericht mogen zijn om uw geboden te gehoorzamen, en ook dat wij door U, verdedigd tegen de vrees voor onze vijanden, onze tijd in rust en stilte mogen doorbrengen; door de verdiensten van Jezus Christus, onze Verlosser. Amen.
Gebed voor hulp tegen alle gevaren
Verlicht onze duisternis, smeken wij u, o Heer; en verdedig ons door uw grote barmhartigheid tegen alle gevaren van deze nacht; omwille van uw enige Zoon, onze Verlosser, Jezus Christus. Amen.
ANTHEM
Praise the Lord, my soul, and all that is within me praise His holy name!
I laid me down and slept, and rose up again, for the Lord sustained me.
O hearken thou unto the voice of my calling, my king and my God,
Early in the morning will I direct my prayer unto thee, and will look up.
O hearken thou, my king and my God.
Praise the Lord, my soul, and all that is within me praise His holy name!
My voice shalt thou hear betimes, O Lord; early in the morning will I direct my prayer to thee; give ear to my words, O Lord; O Lord, give ear. Give ear, O Lord, give ear unto my prayer.
Hearken thou unto the voice of my cry; give ear, O Lord, give ear unto my words; O Lord, to thee will I make my prayer. Let all them that trust in thee rejoice, they shall ever be giving of thanks, and let all them rejoice and trust in thee, let all them rejoice because thou defendedst them. They that love thy name shall be joyful in thee.
My voice shalt thou hear betimes, O Lord; early in the morning will I direct my prayer to thee; give ear to my words, O Lord: O Lord, give ear, O Lord God, my king and my God, for unto thee I make my prayer; O hearken, thou, my king and my God.
As for me, I will come into thy house in the multitude of thy mercy, and in thy fear will I worship toward thy holy temple.
Lead me, Lord; lead me in thy righteousness, make thy way plain before my face.
For it is thou, Lord; thou, Lord, only that makest me dwell in safety.
Loof de Heer, mijn ziel, en alles wat in mij is, loof Zijn heilige naam!
Ik ging liggen en sliep, en stond weer op, want de Heer ondersteunde mij.
O, luister naar de stem van mijn roep, mijn koning en mijn God,
vroeg in de ochtend zal ik mijn gebed tot U richten en opzien.
O, luister, mijn koning en mijn God.
Loof de Heer, mijn ziel, en alles wat in mij is, loof Zijn heilige naam!
Mijn stem zult U vroeg in de ochtend horen, o Heer; vroeg in de ochtend zal ik mijn gebed tot U richten; luister naar mijn woorden, o Heer; o Heer, luister. Luister, o Heer, luister naar mijn gebed.
Luister naar de stem van mijn geroep; luister, o Heer, luister naar mijn woorden; o Heer, tot U zal ik mijn gebed richten. Laat allen die op U vertrouwen zich verheugen, zij zullen U altijd dankzeggen, en laat allen zich verheugen en op U vertrouwen, laat allen zich verheugen omdat U hen beschermd hebt. Zij die Uw naam liefhebben, zullen zich in U verheugen.
Mijn stem zult U vroeg horen, o Heer; vroeg in de ochtend zal ik mijn gebed tot U richten; luister naar mijn woorden, o Heer: o Heer, luister, o Heer God, mijn koning en mijn God, want tot U richt ik mijn gebed; o luister, Gij, mijn koning en mijn God.
Wat mij betreft, ik zal in Uw huis komen in de overvloed van Uw barmhartigheid, en in Uw vrees zal ik U aanbidden in Uw heilige tempel.
Leid mij, Heer; leid mij in Uw gerechtigheid, maak Uw weg duidelijk voor mijn aangezicht.
Want U bent het, Heer; U, Heer, alleen die mij in veiligheid doet wonen.
Tekst: Diverse psalmen
VOORBEDEN
Steeds beantwoord door:
Amen.
We gaan staan voor de hymne
HYMNE
Praise, my soul, the king of heaven
Allen:
Allen:
2. Looft Hem als uw vaad'ren deden,
eigent u Zijn liefde toe,
want Hij bergt u in Zijn vrede,
zegenend wordt Hij niet moe.
Looft uw Vader, looft uw Vader,
tot uw laatste adem toe.
Koor:
3. Ja, Hij spaart ons en Hij redt ons,
Hij kent onze broze kracht.
Hij bewaart ons, Hij ontzet ons
van de boze en zijn macht.
Looft uw Heiland, looft uw Heiland,
die het Licht is in de nacht.
Koor:
4. Snel vergaan de mensenkind'ren
als de bloemen op het veld.
God alleen is onverminderd
steeds dezelfde sterke held!
Looft de Heer van dood en leven,
Hem die onze dagen telt.
Allen:
5. Engelen, zingt ja en amen
met de Koning oog in oog!
Zon en maan, buigt u tezamen
en gij sterren hemelhoog!
Looft uw Schepper, looft uw Schepper,
looft Hem, die het al bewoog!
Tekst: Willem Barnard (1920-2010) naar Henry Francis Lyte (1793-1847)
GEBED
De Heer zij met u.
En met uw geest.
Prijs nu de Heer.
Dank zij aan God!
We blijven staan als het koor de kerk verlaat
We gaan zitten
ORGEL POSTLUDE
Élévation, Op. 2
Volgende Evensong:
23 mei 2026 - 18:30
Wij hopen dat u een goede Evensong hebt gehad.
Er is een collecte bij de uitgang van de kerk. Met uw gift helpt u de kosten van deze Evensong te dekken en deze diensten voort te zetten. Uw financiële steun wordt bijzonder op prijs gesteld.
U kunt op de volgende manieren een gift geven:
